Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2.2 › § 2.2.1

Artikel 2.4

inventarisatie voornemen warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of warmtegemeenschap

Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk

1. Indien het college een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of een warmtegemeenschap de gelegenheid wil geven een aanvraag in te dienen om aangewezen te worden op grond van artikel 2.5, eerste lid, doet het college mededeling in de Staatscourant en op een andere geschikte wijze van de bij ministeriële regeling te bepalen termijn waarbinnen het warmtebedrijf of de warmtegemeenschap het voornemen kenbaar kan maken een aanvraag als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, in te dienen. 2. Na of tegelijkertijd met de mededeling, bedoeld in het eerste lid, doet het college mededeling in de Staatscourant en op een andere geschikte wijze van een door het college te bepalen termijn waarbinnen een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of een warmtegemeenschap uiterlijk een aanvraag in kan dienen om aangewezen te worden op grond van artikel 2.5, eerste lid. 3. Het college kan opnieuw een mededeling als bedoeld in het eerste lid doen indien: naar aanleiding van de mededeling een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of warmtegemeenschap binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, geen voornemen als bedoeld in het eerste lid kenbaar heeft gemaakt; een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of warmtegemeenschap niet binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, een aanvraag als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, heeft ingediend, of een aanvraag als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of warmtegemeenschap is afgewezen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel