Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2.2 › § 2.2.1

Artikel 2.3

voorwaarden aan een warmtebedrijf publiek meerderheidsbelang en warmtegemeenschap

Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk

1. Een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang treft geen statutaire afspraken en de leden, vennoten of aandeelhouders maken geen contractuele afspraken die ervoor zorgen dat de Staat der Nederlanden, een provincie, gemeente of ander openbaar lichaam die afzonderlijk of gezamenlijk direct of indirect meer dan 50% van de aandelen houden of doorslaggevende zeggenschap in een aangewezen warmtebedrijf hebben, feitelijk geen doorslaggevende zeggenschap over het warmtebedrijf heeft, indien het een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang betreft: waarvan niet alle aandelen direct of indirect berusten bij de Staat der Nederlanden, een provincie, gemeente of ander openbaar lichaam, of, dat een warmte joint-venture is, waaraan een warmteleveringsbedrijf deelneemt waarvan niet alle aandelen direct of indirect berusten bij de Staat der Nederlanden, een provincie, gemeente of ander openbaar lichaam. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een warmtenetbedrijf als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel b, waarvan niet alle aandelen direct of indirect berusten bij de Staat der Nederlanden, een provincie, gemeente of ander openbaar lichaam. 3. In afwijking van het eerste lid kan een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang statutaire of contractuele afspraken treffen ten aanzien van de volgende beslissingen van het aangewezen warmtebedrijf teneinde de leden, vennoten of aandeelhouders met een minderheidsbelang te beschermen: de uitgifte van aandelen van het aangewezen warmtebedrijf; het aangaan of verbreken van een duurzame samenwerking van het aangewezen warmtebedrijf indien die samenwerking van ingrijpende betekenis is voor het aangewezen warmtebedrijf; de oprichting van nieuwe vennootschappen en dochtervennootschappen van het aangewezen warmtebedrijf; de splitsing, omzetting, fusering en ontbinding van het aangewezen warmtebedrijf; de overdracht van het gehele of vrijwel het gehele vermogen van het aangewezen warmtebedrijf; de wijziging van de statuten van het aangewezen warmtebedrijf; het doen van investeringen en de verstrekking van leningen of zekerheden: ter waarde van ten minste een derde van de waarde van de activa volgens de balans van het aangewezen warmtebedrijf; ten behoeve van een nieuw aan te leggen collectieve warmtevoorziening in een warmtekavel; de benoeming, de schorsing en het ontslag van bestuurders en commissarissen van het aangewezen warmtebedrijf. 4. Een warmtegemeenschap borgt in haar statuten, of, in geval van een personenvennootschap in een overeenkomst, ten minste dat: de leden, vennoten of aandeelhouders uitsluitend natuurlijke personen, micro-ondernemingen, kleine ondernemingen, middelgrote ondernemingen of gemeenten, waterschappen, provincies of gemeenschappelijke regelingen zijn; de participatie in de warmtegemeenschap open en vrijwillig is; de leden, vennoten, of aandeelhouders het recht hebben de warmtegemeenschap te verlaten; de feitelijke zeggenschap over de warmtegemeenschap is gelegen bij de leden, vennoten of aandeelhouders van de rechtspersoon die in de nabije omgeving van de collectieve warmtevoorziening, die in eigendom is van en ontwikkeld is door de warmtegemeenschap, zijn gevestigd. 5. Een warmtegemeenschap kan in haar statuten bepalen dat de deelnemende leden, vennoten of aandeelhouders een gelijk stemrecht hebben. 6. Het college biedt warmtegemeenschappen waar nodig ondersteuning zich te organiseren. 7. Het bestuur van het warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang stelt de tarieven voor verbruikers vast. De statuten van het warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang kennen geen bepalingen die de vaststelling van de tarieven onderwerpen aan de goedkeuring of instemming van de algemene vergadering of de strekking hebben het bestuur dienaangaande een bindende instructie te geven, noch zijn contractuele afspraken van een dergelijke strekking geoorloofd hetzij tussen aandeelhouders, leden of vennoten onderling hetzij van aandeelhouders, leden of vennoten met het warmtebedrijf of het bestuur van het warmtebedrijf. 8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over: de statutaire of contractuele afspraken, bedoeld in het eerste lid, en de beslissingen in het derde lid; de wijze waarop een warmtegemeenschap het vierde lid, onderdeel d, borgt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel