**1.** Het college kan op aanvraag van een warmtebedrijf instemmen met de overdracht van een vrijstelling als bedoeld in artikel 3.1, vierde lid, of een ontheffing als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, aan een ander warmtebedrijf.
**2.** Alvorens een warmtebedrijf een aanvraag om instemming met de overdracht van een vrijstelling of een ontheffing indient, meldt het warmtebedrijf aan de Autoriteit Consument en Markt het voornemen een dergelijke aanvraag in te dienen.
**3.** De Autoriteit Consument en Markt deelt het warmtebedrijf binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn na ontvangst van de melding mede of het een aanvraag bij de Autoriteit Consument en Markt moet indienen waarin de Autoriteit Consument en Markt verzocht wordt bij besluit vast te stellen of het andere warmtebedrijf:
voldoende beschikt over de organisatorische en technische bekwaamheid noodzakelijk voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3.7, in het gebied waarop de aanvraag betrekking heeft;
voldoende financieel in staat is de taken, bedoeld in artikel 3.7, in het gebied waarop de aanvraag betrekking heeft, uit te voeren.
**4.** Indien de Autoriteit Consument en Markt op grond van het derde lid het warmtebedrijf heeft gemeld dat een aanvraag om een besluit moet worden ingediend, kan de Autoriteit Consument en Markt aan het besluit, bedoeld in het derde lid, voorschriften en beperkingen verbinden.
**5.** Het warmtebedrijf overlegt bij een aanvraag om een instemming in ieder geval:
de reactie van de Autoriteit Consument en Markt op grond van het derde lid op de melding van het warmtebedrijf, en
het besluit van de Autoriteit Consument en Markt, bedoeld in het derde lid, waarin is vastgesteld dat het andere warmtebedrijf voldoet aan de gronden, genoemd in het derde lid, onderdelen a en b, indien de Autoriteit Consument en Markt in de reactie op grond van het derde lid heeft aangegeven dat het warmtebedrijf een aanvraag om een besluit als bedoeld in het derde lid moet indienen.
**6.** Het college beslist uitsluitend afwijzend op een aanvraag om instemming indien het andere warmtebedrijf, bedoeld in het eerste lid:
onvoldoende beschikt over de organisatorische en technische bekwaamheid noodzakelijk voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3.7, voor het gebied, bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid, of 3.2, eerste lid;
onvoldoende financieel in staat is de taken, bedoeld in artikel 3.7, in het gebied waarvoor de vrijstelling of ontheffing geldt uit te voeren;
niet heeft ingestemd met de overdracht.
**7.** Het zesde lid, onderdelen a en b, is niet van toepassing indien de Autoriteit Consument en Markt een besluit als bedoeld in het derde lid, heeft genomen waarin is vastgesteld dat het andere warmtebedrijf voldoet aan de gronden, genoemd in het derde lid, onderdelen a en b.
**8.** Het college kan voorschriften en beperkingen aan de instemming verbinden.
**9.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
de wijze waarop de aanvraag om instemming op grond van het eerste lid wordt ingediend, de bij de aanvraag om instemming te verstrekken gegevens en bescheiden en de termijn waarbinnen het college een besluit neemt;
de wijze waarop de aanvraag om een besluit als bedoeld in het derde lid wordt ingediend, de bij de aanvraag om dat besluit te verstrekken gegevens en bescheiden en de termijn waarbinnen de Autoriteit Consument en Markt een besluit neemt;
de gronden, genoemd in het derde lid.
**10.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:
de voorschriften en beperkingen, bedoeld in het vierde en achtste lid;
de afwijzingsgronden, genoemd in het zesde lid.