Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › § 5.3 › § 5.3.1

Artikel 5.8

financiële monitoring

Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk

1. Een warmtetransportbeheerder zendt elk jaar binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn aan de Autoriteit Consument en Markt informatie over: de organisatorische en technische bekwaamheid van de warmtetransportbeheerder; de financiële situatie van de warmtetransportbeheerder en in voorkomend geval van de groep, bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waartoe de warmtetransportbeheerder behoort. 2. Een warmtetransportbeheerder meldt de Autoriteit Consument en Markt onmiddellijk als redelijkerwijs te voorzien is dat de financiële situatie van de warmtetransportbeheerder of in voorkomend geval de groep, bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waartoe de warmtetransportbeheerder behoort significant verslechtert. 3. De Autoriteit Consument en Markt kan: de warmtetransportbeheerder opdragen de organisatorische en technische bekwaamheid te verbeteren; de warmtetransportbeheerder en een rechtspersoon of vennootschap die deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waartoe de warmtetransportbeheerder behoort opdragen een plan op te stellen of maatregelen te treffen om de financiële situatie te verbeteren. 4. De warmtetransportbeheerder, de rechtspersoon of vennootschap volgen de opdracht op grond van het derde lid op. 5. De Autoriteit Consument en Markt kan voorschriften en beperkingen aan de opdracht verbinden. 6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over: de informatie, bedoeld in het eerste lid; de wijze waarop de warmtetransportbeheerder de informatie meldt op grond van het eerste lid; de eisen aan de financiële situatie, bedoeld in het tweede lid; de omstandigheden waarin sprake is van een significante verslechtering van de financiële situatie als bedoeld in het tweede lid.

Rechtspraak bij dit artikel