**1.** Een warmtetransportbeheerder stelt periodiek binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn een warmtetransportinvesteringsplan op.
**2.** Een warmtetransportinvesteringsplan bevat:
een beschrijving en onderbouwing van de voorgenomen investeringen in de aanleg, uitbreiding of vervanging van het warmtetransportnet die de warmtetransportbeheerder noodzakelijk acht voor de uitvoering van zijn taken, bedoeld in artikel 5.6, eerste lid, en de in dat licht overwogen alternatieven voor de investeringen;
een beschrijving van de wijze waarop de voorgenomen investeringen passen binnen een langetermijnvisie van de warmtetransportbeheerder op het warmtetransportnet.
**3.** In het warmtetransportinvesteringsplan wordt rekening gehouden met de plannen met betrekking tot de levering van warmte in de regio opgenomen in een omgevingsplan, een omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Omgevingswet, of een provinciale omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van de Omgevingswet.
**4.** Een warmtetransportbeheerder legt een ontwerp-warmtetransportinvesteringsplan achtereenvolgens voor aan:
partijen met een warmtetransportaansluiting en partijen waarvan het aannemelijk is dat zij zullen verzoeken om een warmtetransportaansluiting en verantwoordt daarbij op welke wijze de ingediende zienswijzen al dan niet hebben geleid tot wijziging van het plan;
het college van de gemeente en gedeputeerde staten van de provincie op wiens grondgebied de levering van warmte naar redelijke verwachting gebruik zal maken van het warmtetransportnet en verantwoordt daarbij op welke wijze de ingediende zienswijzen al dan niet hebben geleid tot wijziging van het plan;
de Autoriteit Consument en Markt.
**5.** De Autoriteit Consument en Markt toetst of:
de in het ontwerp-warmtetransportinvesteringsplan opgenomen investeringen noodzakelijk zijn voor de warmtetransportbeheerder om de taken, bedoeld in artikel 5.6, eerste lid, op doelmatige wijze uit te voeren;
de warmtetransportbeheerder ook anderszins in redelijkheid tot het ontwerp-warmtetransportinvesteringsplan heeft kunnen komen.
**6.** Een warmtetransportbeheerder stelt het warmtetransportinvesteringsplan vast en verantwoordt daarbij op welke wijze de resultaten van de toets van de Autoriteit Consument en Markt op grond van het vijfde lid al dan niet hebben geleid tot wijziging van het investeringsplan.
**7.** Een warmtetransportbeheerder voert de in het warmtetransportinvesteringsplan opgenomen investeringen uit.
**8.** Een warmtetransportbeheerder zendt een wijziging van het warmtetransportinvesteringsplan aan de Autoriteit Consument en Markt. Het vierde tot en met zevende lid en negende en tiende lid zijn van overeenkomstige toepassing op een significante wijziging van de investeringen als bedoeld in het tweede lid.
**9.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
de frequentie waarmee een warmtetransportinvesteringsplan wordt opgesteld;
de procedure voor totstandkoming;
de termijn waarbinnen de Autoriteit Consument en Markt het ontwerp-warmtetransportinvesteringsplan toetst.
**10.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:
de inhoud en het aggregatieniveau van een warmtetransportinvesteringsplan;
een wijziging van het warmtransportinvesteringsplan;
de wijze waarop de noodzakelijkheid van de investeringen wordt aangetoond.
Hoofdstuk 5 › § 5.3 › § 5.3.2
Artikel 5.9
warmtetransportinvesteringsplan
Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk