Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 4

Hoogte eigen bijdrage

Onderdeel van Tijdelijke subsidieregeling rechtsbijstand bij beslag op inkomen of vermogen 2026–2028· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 29 januari 2026

1. Is de rechtzoekende alleenstaand, dan is de eigen bijdrage gelijk aan de eigen bijdrage genoemd in artikel 4, eerste lid Bebr. 2. Voert de rechtzoekende een gezamenlijke huishouding en is de beslagvrije voet toegepast op zowel het inkomen van rechtzoekende als diens partner, dan is de eigen bijdrage gelijk aan de eigen bijdrage genoemd in artikel 4, eerste lid Bebr. 3. Voert de rechtzoekende een gezamenlijke huishouding en is de beslagvrije voet toegepast op enkel het inkomen van rechtzoekende of enkel op het inkomen van diens partner, dan wordt het inkomen van degene op wiens inkomen de beslagvrije voet is toegepast als € 0 (nul euro) opgenomen in de berekening van het gezamenlijk inkomen.Voor de beoordeling van het inkomen en vermogen van de ander, wordt uitgegaan van diens inkomen en vermogen in het peiljaar. Indien het inkomen van rechtzoekende en diens partner binnen de grenzen vallen als genoemd in artikel 34, eerste lid Wrb, dan is de eigen bijdrage gelijk aan de eigen bijdrage zoals omschreven in artikel 2 of 2a Bebr. Artikel 34c Wrb is onverminderd van toepassing op het inkomen en vermogen van de ander. 4. Artikel 34a, eerste lid, derde en vierde volzin Wrb is niet van toepassing op gevallen genoemd in het eerste en tweede lid. 5. Het eerste tot en met het vierde lid is van overeenkomstige toepassing voor de eigen bijdrage die een rechtzoekende verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand bestaande uit het geven van eenvoudig rechtskundig advies, met dien verstande dat de eigen bedrage gelijk is aan de eigen bijdrage genoemd in artikel 2, derde lid sub a of sub b Bebr. 6. Het eerste tot en met het vierde lid is van overeenkomstige toepassing voor de eigen bijdrage die een rechtzoekende verschuldigd is voor de verlening van mediation, met dien verstande dat de eigen bedrage gelijk is aan de eigen bijdrage genoemd in artikel 4, eerste of tweede lid Btm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel