Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 5

Subsidie en voorwaarden in het geval van beslag op vermogen

Onderdeel van Tijdelijke subsidieregeling rechtsbijstand bij beslag op inkomen of vermogen 2026–2028· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 29 januari 2026

1. Het bestuur kan subsidie verstrekken ten behoeve van verlening van rechtsbijstand of mediation aan een rechtzoekende die op basis van zijn vermogen niet in aanmerking komt voor gesubsidieerde rechtsbijstand, als: een deurwaarder op het moment van de aanvraag beslag heeft gelegd op het vermogen van rechtzoekende of diens partner; rechtzoekende of diens partner over onvoldoende vermogen beschikt om de kosten van rechtsbijstand te betalen; het inkomen van rechtzoekende of diens partner in het peiljaar niet hoger is dan het inkomen genoemd in artikel 34, eerste lid Wrb en; bewijsstukken als genoemd in artikel 8 zijn overgelegd waaruit naar het oordeel van de Raad genoegzaam blijkt dat aan de voorwaarden onder sub a, b en het tweede lid van dit artikel zijn voldaan. 2. Rechtzoekende of diens partner beschikken over onvoldoende vermogen om de kosten van rechtsbijstand, als bedoeld in het eerste lid, te betalen als na beslag naar verwachting een vermogen van maximaal € 5.000 in bank- en spaartegoeden resteert, dan wel beschikbaar is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel