**1.** Het bestuur kan subsidie verstrekken ten behoeve van verlening van rechtsbijstand of mediation aan een rechtzoekende die op basis van zijn vermogen niet in aanmerking komt voor gesubsidieerde rechtsbijstand, als:
een deurwaarder op het moment van de aanvraag beslag heeft gelegd op het vermogen van rechtzoekende of diens partner;
rechtzoekende of diens partner over onvoldoende vermogen beschikt om de kosten van rechtsbijstand te betalen;
het inkomen van rechtzoekende of diens partner in het peiljaar niet hoger is dan het inkomen genoemd in artikel 34, eerste lid Wrb en;
bewijsstukken als genoemd in artikel 8 zijn overgelegd waaruit naar het oordeel van de Raad genoegzaam blijkt dat aan de voorwaarden onder sub a, b en het tweede lid van dit artikel zijn voldaan.
**2.** Rechtzoekende of diens partner beschikken over onvoldoende vermogen om de kosten van rechtsbijstand, als bedoeld in het eerste lid, te betalen als na beslag naar verwachting een vermogen van maximaal € 5.000 in bank- en spaartegoeden resteert, dan wel beschikbaar is.
Hoofdstuk III
Artikel 5
Subsidie en voorwaarden in het geval van beslag op vermogen
Onderdeel van Tijdelijke subsidieregeling rechtsbijstand bij beslag op inkomen of vermogen 2026–2028· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 29 januari 2026