Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Aansluiten

Onderdeel van Invoedcode gas TSB· Contracten, schade en aansprakelijkheid

Deze tekst geldt sinds 21 februari 2026

Aanleg van de aansluiting Een partij die een aansluiting wenst op het transmissiesysteem dient daartoe een aanvraag in bij de transmissiesysteembeheerder door middel van het invullen van het aanvraagformulier dat de transmissiesysteembeheerder op haar website beschikbaar stelt. Na ontvangst van het verzoek zal de transmissiesysteembeheerder binnen vijf werkdagen met de verzoeker contact opnemen om het vervolgproces te bespreken en zal hierna starten met een onderzoek naar de mogelijkheden om de aansluiting op het transmissiesysteem te realiseren. De aangeslotene dient de transmissiesysteembeheerder te voorzien van de informatie die voor de uitvoering van het onderzoek als bedoeld in het tweede lid nodig is. Partijen zullen in goed overleg ernaar streven om zo spoedig mogelijk de overeenkomst ter realisatie van de aansluiting te kunnen ondertekenen. Voordat de aangevraagde aansluiting zal worden gerealiseerd, dient aangeslotene de overeenkomst bedoeld in artikel 3.1.0 te ondertekenen. Deze overeenkomst bevat onder meer: de voorziene planning; de benodigde afspraken ten behoeve van het realiseren van de aansluiting; civielrechtelijke bepalingen; en specifieke kenmerken van de aansluiting, zoals de locatie van het overdrachtspunt en de fysieke eigenschappen van de aansluiting, waaronder in ieder geval de capaciteit en bepalingen ten aanzien van leveringsdruk. De transmissiesysteembeheerder en de invoeder bepalen in onderling overleg de termijn waarbinnen de aansluiting zal worden gerealiseerd. De transmissiesysteembeheerder voor gas en de invoeder zullen zich inspannen om zo spoedig mogelijk te beschikken over de vereiste vergunningen. De transmissiesysteembeheerder bepaalt de locatie van de aansluiting met inachtneming van de geschikte druk en voldoende capaciteit van de door de afnemer aangevraagde aansluiting. Leveringsdruk De transmissiesysteembeheerder treedt in overleg met de invoeder teneinde overeen te komen onder welke minimale en maximale druk het gas op het overdrachtspunt wordt ingevoed. Onverminderd het bepaalde in artikelen 5.1.3 en 5.1.4 is het de verantwoordelijkheid van de invoeder de leveringsdruk zodanig in te stellen dat hij kan invoeden bij de heersende druk in het transmissiesysteem voor zover deze zich bevindt tussen de overeengekomen minimale en maximale druk en daarbij de flow zoals bedoeld in artikel 2.9.1 kan beheersen. Indien door de transmissiesysteembeheerder of door de invoeder wordt vastgesteld dat het gas op het overdrachtspunt niet beschikbaar wordt gesteld met een leveringsdruk binnen de bandbreedte conform artikel 3.2.1, zullen de transmissiesysteembeheerder en de invoeder elkaar daarover zo spoedig mogelijk informeren. Gaskwaliteit Indien de invoeder voorziet dat gas op het overdrachtspunt beschikbaar zal worden gesteld dat niet voldoet aan de afgesproken gaskwaliteit dan zal hij de transmissiesysteembeheerder daarover zo spoedig mogelijk informeren. Indien gas op het overdrachtspunt beschikbaar wordt dan wel zal worden gesteld dat niet voldoet aan de (afgesproken) gaskwaliteit zullen de invoeder en de transmissiesysteembeheerder elkaar daarover zo spoedig mogelijk informeren en die maatregelen nemen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht om de oorzaak weg te nemen en/of de gevolgen te beperken. De transmissiesysteembeheerder zal de invoeder zo spoedig mogelijk informeren of het gas geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd dan wel wordt geaccepteerd. Tot het moment dat de transmissiesysteembeheerder het gas dat niet voldoet aan de (afgesproken) gaskwaliteit accepteert, draagt de invoeder zorg voor de operationele en/of financiële gevolgen. Indien de veiligheid en/of doelmatige en betrouwbare werking van het transmissiesysteem in gevaar wordt gebracht, heeft de transmissiesysteembeheerder uit voorzorg het recht op het onmiddellijk afsluiten van het aansluitpunt of de aansluiting. De transmissiesysteembeheerder stelt de invoeder daarvan onmiddellijk, en zo mogelijk voorafgaand, op de hoogte. Overdrachtspunt Het overdrachtspunt is ter plaatse van het fysieke verbindingspunt tussen enerzijds het transmissiesysteem en anderzijds de invoedingsinstallatie, waar het gas in het transmissiesysteem wordt ingevoed; dit verbindingspunt ligt (gezien vanuit het transmissiesysteem één meter na de isolatiekoppeling van het aansluitpunt of de aansluiting, tenzij de transmissiesysteembeheerder en de desbetreffende invoeder anders zijn overeengekomen. Het is de aangeslotene niet toegestaan handelingen te (laten) verrichten aan de aansluiting of het aansluitpunt zonder uitdrukkelijke toestemming van de transmissiesysteembeheerder Aangeslotene kan een verzoek indienen tot wijziging van de aansluiting door middel van het invullen van een formulier dat de transmissiesysteembeheerder op haar website ter beschikking stelt. Na ontvangst van het verzoek zal de transmissiesysteembeheerder binnen vijf werkdagen met de verzoeker contact opnemen om het vervolgproces te bespreken en zal hierna starten met een onderzoek naar de mogelijkheden om de benodigde wijziging te realiseren. De aanvrager dient de transmissiesysteembeheerder te voorzien van de informatie die voor de uitvoering van dit onderzoek nodig is. De transmissiesysteembeheerder kan met de aangeslotene operationele voorwaarden overeenkomen die verband houden met die wijziging. Voordat de transmissiesysteembeheerder de wijziging zal realiseren dient de aangeslotene de hiertoe opgestelde overeenkomst te ondertekenen. De transmissiesysteembeheerder zal een eventuele weigering om een aanvraag conform artikel 3.1.0 of 3.6.1 te realiseren binnen een redelijke termijn schriftelijk en met redenen omkleed toelichten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel