Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Invoeden, meten en regelen

Onderdeel van Invoedcode gas TSB· Contracten, schade en aansprakelijkheid

Deze tekst geldt sinds 21 februari 2026

De invoeder is ervoor verantwoordelijk dat de invoeding van gas niet zodanig is dat de veiligheid en/of betrouwbare werking van het transmissiesysteem in gevaar wordt gebracht dan wel kan worden gebracht. De invoeder is verplicht om, indien een dergelijke situatie zich toch voordoet of dreigt voor te doen, de transmissiesysteembeheerder, zo mogelijk tijdig voorafgaand aan die situatie, te informeren en de door de transmissiesysteembeheerder ter zake gegeven aanwijzingen op te volgen. Indien de transmissiesysteembeheerder vermoedt dat door toedoen van de invoeder de veiligheid en/of betrouwbare werking van het transmissiesysteem in gevaar wordt gebracht, zal de transmissiesysteembeheerder de invoeder daarvan onmiddellijk op de hoogte stellen. De transmissiesysteembeheerder heeft uit voorzorg het recht op het onmiddellijk afsluiten van het aansluitpunt of de aansluiting. De meet- en regelinrichting wordt aangelegd, beheerd en onderhouden door de invoeder. De invoeder en de transmissiesysteembeheerder zullen een meethandboek opstellen. Dit meethandboek betreft zowel de comptabele als niet-comptabele metingen en bevat een omschrijving van de opgestelde apparatuur, de berekeningsmethodes, de afhandeling van geconstateerde fouten, de aan de apparatuur te stellen nauwkeurigheidseisen en de methodes en criteria om de kwaliteit van de metingen te waarborgen, evenals de voor het veilig, doelmatig en betrouwbaar functioneren van transmissiesysteem benodigde informatievoorziening. De gebruikte methodes en procedures zullen in overeenstemming zijn met relevante (internationale) standaarden. Bij het verschijnen van een nieuwe versie van een standaard zullen de invoeder en de transmissiesysteembeheerder in overleg bepalen of, en zo ja wanneer deze in de meet- en regelinrichting zal worden toegepast. Het comptabele meetsysteem voldoet aan de volgende specificaties: meetonzekerheid in hoeveelheid energie op maandbasis < 0,75% meetonzekerheid in hoeveelheid energie per uur < 2% beschikbaarheid data per uur (gemiddelde op jaarbasis) ≥ 99% maximale storingsduur meting en/of data acquisitie 2 uur De transmissiesysteembeheerder en de invoeder kunnen afwijkende specificaties overeenkomen. De lokale data acquisitiesystemen van het comptabele meetsysteem dienen op afstand door de transmissiesysteembeheerder uitleesbaar te zijn met een frequentie van minimaal eenmaal per 5 minuten ten behoeve van near-real-time informatievoorziening. Indien de invoeder het meetsysteem beheert, dienen de comptabele meetwaarden op uurbasis door de invoeder uiterlijk op de vierde werkdag van de maand volgend op de maand waarop de meetwaarden van toepassing zijn, aangeleverd te worden aan de transmissiesysteembeheerder. De transmissiesysteembeheerder is gerechtigd tot het aanleggen, instandhouden en gebruiken van de door haar (voor de uitvoering van haar taken als transmissiesysteembeheerder benodigde telecommunicatie-infrastructuur en/of datalijnen, verbonden aan de meet- en regelinrichting. Hierbij zal de transmissiesysteembeheerder het veiligheidsbeleid van de invoeder in acht nemen. De invoeder en de transmissiesysteembeheerder hebben toegang tot alle aan de meting gerelateerde informatie. De invoeder stelt de transmissiesysteembeheerder in de gelegenheid de uit te voeren test- en calibratiewerkzaamheden bij te wonen en de resultaten hiervan overleggen. De invoeder zal ervoor zorgen dat de hoeveelheid in te voeden gas structureel en/of planmatig ligt in het capaciteitsgebied tussen de minimum meetcapaciteit en de maximum meetcapaciteit. De invoeder zal zodanig invoeden dat een goede inzet van de meetinrichting wordt gewaarborgd. De invoeder is verplicht om de transmissiesysteembeheerder, indien de invoeder hieraan niet voldoet dan wel zal kunnen voldoen, te informeren en de door de transmissiesysteembeheerder ter zake gegeven aanwijzingen op te volgen. Voorts is de invoeder verplicht, indien en voor zover hij structureel en/of planmatig de overeengekomen minimum meetcapaciteit onderschrijdt dan wel de maximale meetcapaciteit overschrijdt, met de transmissiesysteembeheerder in overleg te treden over een lagere minimum dan wel hogere maximum meetcapaciteit. Een gewijzigde meetcapaciteit wordt door de transmissiesysteembeheerder en de invoeder vastgelegd. Indien een partij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de meetinrichting niet correct functioneert of een afwijking vertoont, zal de beheerder van de meetinrichting deze controleren en zo nodig handelend optreden (justeren). De kosten hiervan komen voor rekening van de partij die de meetinrichting beheert, tenzij een eventueel geconstateerde onnauwkeurigheid de toegestane afwijkingen, zoals gedefinieerd in het meethandboek, niet overschrijdt, in welk geval de kosten voor rekening van de partij komen die om de controle heeft verzocht. Correctie van de meetwaarden vindt plaats binnen de termijnen zoals genoemd in artikel 2.5.1 van de Allocatiecode systeembeheerders gas.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel