Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Kwaliteit van dienstverlening

Onderdeel van Aansluit- en transportcode gas DSB· Contracten, schade en aansprakelijkheid

Deze tekst geldt sinds 21 februari 2026

Service van de distributiesysteembeheerder aan aangeslotenen De distributiesysteembeheerder stelt al hetgeen redelijkerwijs binnen zijn vermogen ligt in het werk om onderbreking van de transportdienst te voorkomen, of indien een onderbreking van de transportdienst optreedt, deze zo snel mogelijk te verhelpen. Service van de distributiesysteembeheerder jegens kleinverbruikers De distributiesysteembeheerder is binnen twee uur na melding door de aangeslotene ter plaatse indien een storing aan de aansluiting van een aangeslotene is opgetreden. De distributiesysteembeheerder handelt correspondentie van een aangeslotene binnen tien werkdagen af. Indien een oplossing in deze periode niet mogelijk is, ontvangt de aangeslotene binnen vijf werkdagen bericht binnen welke termijn een adequate reactie kan worden verwacht. De distributiesysteembeheerder hanteert bij het maken van afspraken met een aangeslotene tijdsblokken van twee uur. De distributiesysteembeheerder voert met de aangeslotene overeengekomen werkzaamheden waarmee volgens de planning minder dan vier mensuren zijn gemoeid, binnen drie dagen uit indien daarvoor de transportdienst aan andere aangeslotenen niet hoeft te worden onderbroken. Indien de transportdienst aan andere aangeslotenen wel moet worden onderbroken, bedraagt deze termijn maximaal tien werkdagen. Voor werkzaamheden waarmee volgens de planning meer dan vier mensuren zijn gemoeid, bedraagt de termijn waarop de werkzaamheden aanvangen maximaal tien werkdagen. Voor het uitvoeren van inpandige werkzaamheden op verzoek van de distributiesysteembeheerder, maakt de distributiesysteembeheerder tenminste vijf werkdagen van tevoren schriftelijk of telefonisch een afspraak met de aangeslotene. De distributiesysteembeheerder stelt de aangeslotene tenminste drie werkdagen van tevoren op de hoogte van door hem geplande werkzaamheden waarbij de transportdienst bij de aangeslotene moet worden onderbroken. Service van de distributiesysteembeheerder jegens aangeslotenen met een grote aansluiting Indien de transportdienst aan een aangeslotene moet worden onderbroken, stelt de distributiesysteembeheerder de aangeslotene tenminste tien werkdagen van tevoren op de hoogte van de door hem geplande werkzaamheden. De distributiesysteembeheerder stelt de datum van de genoemde werkzaamheden pas vast na overleg met de daardoor getroffen aangeslotenen, waarbij hij in redelijkheid de belangen van de aangeslotenen weegt. De distributiesysteembeheerder handelt correspondentie van een aangeslotene binnen tien werkdagen af. Indien een oplossing in deze periode niet mogelijk is, ontvangt de aangeslotene binnen vijf werkdagen bericht binnen welke termijn een adequate reactie kan worden verwacht. De distributiesysteembeheerder voegt aan de offertes indicatieve nettekeningen toe waaruit de plaats in het systeemgebied blijkt waarop het aansluitvergoeding is gebaseerd en waaruit de plaats in het systeem blijkt waar de aangeslotene waarschijnlijk zal worden aangesloten. De distributiesysteembeheerder maakt uiterlijk twee uur nadat een onderbreking van de transportdienst aan hem is gemeld, een begin met de werkzaamheden die moeten leiden tot de opheffing van de onderbreking. De distributiesysteembeheerder informeert aangeslotenen desgevraagd over de omvang van de onderbreking, de te verwachten duur en de door de distributiesysteembeheerder te nemen maatregelen. De distributiesysteembeheerder geeft aan door een onderbreking van de transportdienst getroffen aangeslotenen op hun verzoek binnen tien werkdagen een verklaring voor het ontstaan van de onderbreking. Indien dit binnen deze termijn niet mogelijk is, geeft de distributiesysteembeheerder binnen genoemde termijn aan wanneer de aangeslotene de verklaring van de distributiesysteembeheerder mag verwachten. Indien en voor zover door de distributiesysteembeheerder in overleg met de aangeslotene voor één of meer van de in 4.1.2 of 4.1.3 genoemde kwaliteitscriteria afwijkende afspraken zijn gemaakt, zijn deze afspraken van toepassing in plaats van de desbetreffende in 4.1.2 of 4.1.3 genoemde kwaliteitscriteria. Compensatie bij ernstige storingen De verbruiker heeft recht op een financiële compensatie bij storingen die voor een periode langer dan vier uren tot een onderbreking van het transport van gas leiden, met uitzondering van voorziene onderbrekingen. De distributiesysteembeheerder betaalt, onverminderd het bepaalde in 4.2.2, verbruikers op zijn distributiesysteem bij wie het transport van gas ten gevolge van een storing is onderbroken, per onderbreking een compensatievergoeding ter hoogte van het hieronder genoemde bedrag: per aansluiting van een kleinverbruiker bedraagt de compensatievergoeding EUR 35,– bij een onderbreking van vier tot acht uur, vermeerderd met EUR 20,– voor elke volgende aaneengesloten periode van vier uur, uit te betalen binnen zes maanden na het herstel van de onderbreking; per aansluiting van een profielverbruiker bedraagt de compensatievergoeding EUR 195,– bij een onderbreking van vier tot acht uur, vermeerderd met EUR 100,– voor elke volgende aaneengesloten periode van vier uur, uit te betalen binnen zes maanden na het herstel van de onderbreking; per aansluiting van een telemetrieverbruiker bedraagt de compensatievergoeding EUR 910,– bij een onderbreking van vier tot acht uur, vermeerderd met EUR 500,– voor elke volgende aaneengesloten periode van vier uur, uit te betalen bij de eerstvolgende jaar- respectievelijk maandafrekening. De duur van de onderbreking wordt bepaald op grond van 4.2.5. De in 4.2.1 genoemde verplichting geldt niet voor de distributiesysteembeheerder, wanneer een onderbreking van de transportdienst het gevolg is van een afschakeling van belasting op verzoek van de distributiesysteembeheerder van het transmissiesysteem. Indien een onderbreking van de transportdienst zijn oorsprong vindt in het systeem van een andere systeembeheerder, komen de in 4.2.1 bedoelde compensatievergoedingen voor rekening van de systeembeheerder van het systeem waarin de onderbreking zijn oorsprong vindt. De in 4.2.0 genoemde termijn van vier uur vangt voor alle door de onderbreking van de transportdienst getroffen verbruikers aan op het moment dat de distributiesysteembeheerder de eerste melding van een onderbreking ontvangt of, indien dat eerder is, het moment van vaststelling van de onderbreking door de distributiesysteembeheerder. De duur van de onderbreking wordt voor alle door de onderbreking van het transport van gas getroffen verbruikers bepaald als de tijdsduur tussen de in 4.2.4 gedefinieerde aanvang van de onderbreking en het moment dat het transport voor alle door de onderbreking van de transportdienst getroffen verbruikers is hersteld en voor de eerste keer is gecontroleerd of de betroffen verbruikers veilig gas kan worden geleverd. De distributiesysteembeheerder dient te registreren op welk moment deze controle heeft plaatsgevonden.

Rechtspraak bij dit artikel