**1.** Onverminderd artikel 13.1, tweede en derde lid, voldoen elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/631 als type B of C zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) niet van toepassing is, en die zijn aangesloten op een middenspanningssysteem, in aanvulling op paragraaf 3.4 aan artikel 13.3 en aan het tweede tot en met achtste lid.
**2.** Elektriciteitsproductie-eenheden aangesloten op hoogspanningssystemen kunnen bedrijf voeren met een arbeidsfactor tussen 1,0 en 0,8 (inductief) gemeten op de generatorklemmen.
**3.** Voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit groter dan 5 MW en aangesloten op systemen met een spanning groter dan of gelijk aan 1 kV gelden de technische eisen die:
met betrekking tot de robuustheid van de elektriciteitsproductie-eenheid zijn bepaald in het vijfde tot en met het achtste lid;
met betrekking tot de toetsing en beproeving zijn bepaald in artikel 3.19 en artikel 13.5, het achtste tot en met dertiende lid. Artikel 3.20 is niet van toepassing.
**4.** Het vijfde lid en artikel 13.5, tweede tot en met zevende lid, zijn niet van toepassing op elektriciteitsproductie-eenheden die uitsluitend afhankelijk zijn van één of meer niet-regelbare energiebronnen. Beproevingen als bedoeld in artikel 13.5, elfde lid, voor zover ze betrekking hebben op voorgaande uitzonderingen zijn niet van toepassing op voornoemde elektriciteitsproductie-eenheden.
**5.** Een elektriciteitsproductie-eenheid is in staat om overeenkomstig de vier gebieden die in bijlage 26 zijn gedefinieerd voor elektriciteitsproductie-eenheden die zijn aangesloten op distributiesystemen onderscheidenlijk elektriciteitsproductie-eenheden die zijn aangesloten op transmissiesystemen:
nominaal vermogen te leveren gedurende een onbeperkte tijd;
nominaal vermogen te leveren gedurende 15 minuten, vervolgens gedurende 5 minuten parallel aan het systeem in bedrijf te blijven;
tenzij de elektriciteitsproductie-eenheid ingevolge onderdeel b reeds in uitsluitend parallelbedrijf is gegaan, 90% van nominaal vermogen te leveren gedurende 10 seconden en vervolgens gedurende 5 minuten parallel aan het systeem in bedrijf te blijven;
parallel aan het systeem gedurende 5 minuten in bedrijf te blijven.
**6.** Een elektriciteitsproductie-eenheid moet in staat zijn om in de in bijlage 26 gedefinieerde gebieden het blindvermogen te leveren overeenkomstig de artikelen 3.13, zesde lid, 13.3, derde en vierde lid en 13.4, tweede lid.
**7.** Indien een elektriciteitsproductie-installatie bestaat uit meerdere elektriciteitsproductie-eenheden die invoeden op systemen met verschillende spanningsniveaus gelden de eisen die van toepassing zijn voor het hoogste spanningsniveau waarop de elektriciteitsproductie-eenheid invoedt.
**8.** In geval van kortsluitingen in een systeem geldt:
Voor elektriciteitsproductie-eenheden die zijn gekoppeld aan een distributiesysteem, is ontkoppeling toegestaan bij een spanningsdip, waarbij de restspanning een waarde heeft tussen 0,8 Un en 0,7 Un, na 300 ms. Indien de restspanning een waarde heeft kleiner dan 0,7 Un mag ontkoppeld worden na 300 ms of na 90% van de kritische kortsluittijd indien 300 ms groter is dan 90% van de kritische kortsluittijd.
Voor elektriciteitsproductie-eenheden die zijn gekoppeld aan een transmissiesysteem is ontkoppeling toegestaan bij een spanningsdip, waarbij de restspanning een waarde heeft kleiner dan 0,7 Un, na 300 ms of na 90% van de kritische kortsluittijd indien 300 ms groter is dan 90% van de kritische kortsluittijd.
**9.** Tenzij sprake is van de situatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) zijn de artikelen 3.16 en 3.23 niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden:
die voor 9 september 2021 op het systeem zijn aangesloten, of
waarvan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-eenheid voor 9 september 2021 een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de elektriciteitsproductie-eenheid binnen een tijdsbestek van twee jaar na het sluiten van het contract.
Hoofdstuk 13 › § 13.1
Artikel 13.4
Artikel 13.4
Onderdeel van Systeemcode elektriciteit 2026· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 21 februari 2026