**1.** Onverminderd artikel 13.1, vierde lid, voldoen elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/631 als type D zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) niet van toepassing is, in aanvulling op paragraaf 3.4 aan de artikelen 13.3 en 13.4 en aan het tweede tot en met dertiende lid.
**2.** De activering van de frequentiebegrenzingsreserves dient:
automatisch plaats te vinden,
te voldoen aan de volgende karakteristieken:
de statiek is instelbaar tussen 4 en 20%;
een dode band van de frequentierespons van 500 mHz is toegestaan behoudens bij door de transmissiesysteembeheerder gecontracteerde elektriciteitsproductie-eenheden;
de maximaal toelaatbare ongevoeligheid bedraagt ± 10 mHz.
na activering gedurende ten minste 15 minuten gehandhaafd te blijven.
**3.** Indien ten gevolge van een momentane frequentieafwijking de volledige frequentiebegrenzingsreserves gevraagd wordt, moet deze binnen 30 seconden na het begin van de momentane frequentieafwijking gerealiseerd zijn.
**4.** Indien de gevraagde bijdrage aan het frequentiestabiliseringsproces tussen 50% en 100% van de op de desbetreffende elektriciteitsproductie-eenheid beschikbare frequentiebegrenzingsreserves bedraagt, moet deze binnen een evenredige tijd tussen 15 en 30 seconden na het begin van de momentane frequentieafwijking gerealiseerd zijn.
**5.** Indien de gevraagde bijdrage aan het frequentiestabiliseringsproces 50% of minder van de op de desbetreffende elektriciteitsproductie-eenheid frequentiebegrenzingsreserves bedraagt, moet deze binnen 15 seconden na het begin van de momentane frequentieafwijking gerealiseerd zijn.
**6.** Een momentane frequentieafwijking is gelijk aan de afwijking ten opzichte van de nominale frequentie van 50 Hz.
**7.** Elektriciteitsproductie-eenheden die niet bijdragen aan het frequentiestabiliseringsproces dienen wel te beschikken over een regeling van de frequentiebegrenzingsreserves en dienen deze actief te houden en in te stellen zoals beschreven in het negende lid. De in het negende lid genoemde bijdrage hoeft alleen geleverd te worden indien en voor zover de productiesituatie van de elektriciteitsproductie-eenheid dit technisch toelaat en wanneer een bijdrage van de elektriciteitsproductie-eenheid niet verstorend werkt in een afhankelijk productieproces. Indien sprake is van een dergelijke verstoring moet dit in voorkomende gevallen op verzoek van de transmissiesysteembeheerder aangetoond worden.
**8.** De aangeslotene toont voorafgaand aan de aansluiting van de elektriciteitsproductie-eenheid en voorts telkens wanneer de regeling van de frequentiebegrenzingsreserves van een elektriciteitsproductie-eenheid een wijziging ondergaat, door middel van beproeving ten genoege van de transmissiesysteembeheerder aan dat de elektriciteitsproductie-eenheid voldoet aan het tweede tot en met zevende lid.
**9.** Bij elektriciteitsproductie-eenheden die niet bijdragen aan het frequentiestabiliseringsproces is het toegestaan een dode band van de frequentiesrespons van 500 mHz aan te houden en wordt de statiek ingesteld op 8%.
**10.** De aangeslotene met een elektriciteitsproductie-eenheid die is aangesloten op een transmissiesysteem toont voorafgaand aan de aansluiting en voorts telkens wanneer de eigen bedrijfsinstallatie van een elektriciteitsproductie-eenheid een belangrijke wijziging ondergaat door middel van beproeving ten genoegen van de transmissiesysteembeheerder aan dat de elektriciteitsproductie-eenheid voldoet aan artikel 13.4, vijfde tot en met achtste lid.
**11.** De beproevingen, de wijze van uitvoering daarvan alsmede de wijze van rapporteren over en de beoordeling door de transmissiesysteembeheerder van de beproevingen zijn beschreven in bijlage 27.
**12.** Indien uit de beproevingsresultaten blijkt dat een elektriciteitsproductie-eenheid niet aan de eisen voldoet, verplicht de transmissiesysteembeheerder de aangeslotene om maatregelen te nemen. De transmissiesysteembeheerder stelt, na de aangeslotene daarover te hebben gehoord, een termijn voor het uitvoeren van de maatregelen vast. Nadat de maatregelen genomen zijn, wordt de beproeving herhaald.
**13.** Tenzij sprake is van de situatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) zijn de artikelen 3.17, 3.24 en 3.28 niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden die:
voor 1 juli 2021 op het systeem zijn aangesloten; of
na 1 juli 2021 maar voor 1 januari 2024 op het systeem zijn aangesloten, indien de eigenaar voor 1 juli 2021 een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de elektriciteitsproductie-eenheid en hij de transmissiesysteembeheerder uiterlijk 30 september 2021 op de hoogte heeft gesteld van dat contract.
**14.** Tenzij sprake is van de situatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) is artikel 3.27 niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden:
die voor 9 september 2021 op het systeem zijn aangesloten, of
waarvan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-eenheid voor 9 september 2021 een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de elektriciteitsproductie-eenheid binnen een tijdsbestek van twee jaar na het sluiten van het contract.
**15.** Tenzij sprake is van de situatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) is artikel 3.11, tweede lid, niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden:
die voor 9 september 2021 op het systeem zijn aangesloten, of
waarvan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-eenheid voor 9 september 2021 een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de elektriciteitsproductie-eenheid. De eigenaar van de elektriciteitsproductie-eenheid stelt de transmissiesysteembeheerder binnen een termijn van 6 maanden na het afsluiten van het contract uit de eerste volzin op hoogte van het afsluiten van dat contract.
Hoofdstuk 13 › § 13.1
Artikel 13.5
Artikel 13.5
Onderdeel van Systeemcode elektriciteit 2026· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 21 februari 2026