**1.** Het gezamenlijke nominale vermogen van motoren in een installatie die niet van afzonderlijke of gemeenschappelijke nulspanningsbeveiliging zijn voorzien bedraagt niet meer dan 10 kW, dan wel een met de systeembeheerder in individuele gevallen overeengekomen hogere waarde.
**2.** De systeembeheerder kan in gevallen van gemeenschappelijke nulspanningsbeveiligingen verlangen dat inschakeling niet kan plaatsvinden dan nadat alle desbetreffende motoren zijn uitgeschakeld.
Hoofdstuk 2 › § 2.2
Artikel 2.14
Artikel 2.14
Onderdeel van Systeemcode elektriciteit 2026· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 21 februari 2026