**1.** Een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan 11 kW, aangesloten op een laagspanningssysteem, is in ieder geval voorzien van:
een meetinrichting voor de afgegeven stroom;
een signalering of de elektriciteitsproductie-eenheid al dan niet parallel is geschakeld met het systeem.
**2.** De beveiliging van de elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan 11 kW, aangesloten op een laagspanningssysteem, is in ieder geval op drie fasen voorzien van:
een onderspanningsbeveiliging met een aanspreeksnelheid van 2 seconden bij 80% van de nominale spanning én van 0,2 seconden bij 70% van de nominale spanning;
een overspanningsbeveiliging met een aanspreeksnelheid van 2 seconden bij 110% van de nominale spanning;
een maximum-stroomtijdbeveiliging; bij een vermogenselektronische omzetter een overbelastingsbeveiliging;
een frequentiebeveiliging met een aanspreeksnelheid van 2 seconden bij 47,5 en 51,5 Hz; deze beveiliging mag éénfasig zijn.
**3.** Bij een door middel van vermogenselektronica gekoppelde elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan 11 kW, aangesloten op een laagspanningssysteem, mag parallelschakeling enkele minuten nadat de systeemspanning weer aanwezig is plaatsvinden.
Hoofdstuk 3 › § 3.3
Artikel 3.12
Artikel 3.12
Onderdeel van Systeemcode elektriciteit 2026· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 21 februari 2026