**1.** De offshore-power park module, aangesloten op een systeem met een spanningsniveau lager dan 300 kV is in staat aan het systeem gekoppeld en in bedrijf te blijven gedurende de volgende tijdsperioden, als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG):
onbeperkt bij een spanning kleiner 1,118 pu en groter dan of gelijk aan 0,9 pu;
60 minuten bij een spanning kleiner dan 0,9 pu en groter dan of gelijk aan 0,85 pu;
60 minuten bij een spanning kleiner dan 1,15 pu en groter dan of gelijk aan 1,118 pu.
**2.** De offshore-power park module, aangesloten op een systeem met een spanningsniveau lager dan 300 kV is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 25, vijfde lid, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG):
gelijk aan 0,1 bij een spanning van 1,06 pu;
gelijk aan 0,35 bij een spanning van 0,92 pu tot 1 pu;
dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,35 en 0,0 bij een spanning van 1 pu tot 1,06 pu.
**3.** De offshore-power park module, aangesloten op een systeem met een spanningsniveau lager dan 300 kV is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 25, vijfde lid, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG):
gelijk aan 0,1 bij een spanning van 0,92 pu;
gelijk aan 0,4 bij een spanning van 1 pu tot 1,06 pu;
dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,1 en 0,4 bij een spanning van 0,92 pu tot 1 pu.
**4.** De offshore-power park module, aangesloten op een systeem met een spanningsniveau lager dan 300 kV is op grond van het tweede en het derde lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde profiel in onderstaand U-Q/Pmax-diagram:
**5.** Ten aanzien van het leveren van snelle foutstroom op het overdrachtspunt van de aansluiting, is artikel 3.17, achtste en tiende tot en met zestiende lid, behalve het twaalfde lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, van overeenkomstige toepassing op offshore-power park modules. In het geval dat de vereiste waarde van sprongsgewijze verandering van de momentane sinusvormige spanning, als bedoeld in artikel 3.17, twaalfde lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, leidt tot ongewenste activering van extra blindstroominjectie, kan de systeembeheerder een andere waarde overeenkomen met de aangeslotene die beschikt over een offshore-power park module en deze vastleggen in de aansluit- en transportovereenkomst.
Hoofdstuk 3 › § 3.7
Artikel 3.31
Artikel 3.31
Onderdeel van Systeemcode elektriciteit 2026· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 21 februari 2026