**1.** De offshore-power park module voldoet aan de volgende eisen ten aanzien van de spanningsstabiliteit:
als een offshore-power park module meer blindvermogen kan opwekken dan de minimum eisen, wordt het vermogen niet opzettelijk beperkt;
de offshore-power park module is in staat om automatisch blindvermogen te leveren in de spanningsregelmodus, blindvermogen-regelmodus of de arbeidsfactor-regelmodus;
de ingestelde punten en het verval (spannings-droop) kunnen gedurende normaal bedrijf aangepast worden;
ingestelde puntwaarden hebben betrekking op het overdrachtspunt van de aansluiting van de offshore-power park module naar het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee;
de parameters voor de regelsnelheid van de blindvermogen-regelaar worden ten minste zes maanden voor het op spanning brengen in onderling overleg afgesproken tussen de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee en de aangeslotene, met inachtneming van de feitelijke systeemkarakteristieken;
de blindvermogen-regelmodus spanning leidt tot stabiel en gedempt gedrag van de spanning op het overdrachtspunt van de aansluiting van de offshore-power park module. Als de blindvermogen-regelmodus spanning is, is het mogelijk het werkpunt van de helling binnen 15 minuten aan te passen, om de uitwisseling van het blindvermogen op het overdrachtspunt van de aansluiting aan te passen;
als de blindvermogen-regelmodus blindvermogen is, valt de aanpassing van het instelpunt binnen de definitie van frequentie en juistheid van de onshore spanningsregelaar (die het blindvermogen instelpunt op het overdrachtspunt van de aansluiting van de offshore-power park module vaststelt).
**2.** De offshore-power park module is in staat bij een werkzaam vermogen beneden de maximumcapaciteit maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel c, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG):
gelijk aan 0,1 bij een werkzaam vermogen van 0 tot 0,1 pu;
dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,1 en 0,35 bij een werkzaam vermogen van 0,1 pu tot 0,2 pu;
gelijk aan 0,35 bij een werkzaam vermogen van 0,2 pu tot 1 pu.
**3.** De offshore-power park module is in staat bij een werkzaam vermogen beneden de maximumcapaciteit maximaal een hoeveelheid blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel c, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG):
gelijk aan 0,1 bij een werkzaam vermogen van 0 tot 0,1 pu;
gelijk aan 0,4 bij een werkzaam vermogen van 0,1 pu tot 1 pu.
**4.** De power park module is op grond van het tweede en het derde lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde profiel in onderstaand P-Q/Pmax-diagram
**5.** Beperking van de mogelijkheid om blindvermogen op te wekken gebaseerd op het aantal actieve opwekkingseenheden mag niet van invloed zijn op het gedrag van de blindvermogen-regelaar binnen deze beperkte mogelijkheden.
**6.** Voor de aansluiting van de offshore-power park module op het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee kan, in afwijking van artikel 27 en artikel 15, vijfde lid, van Verordening (EU) 2016/631, de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee met de aangeslotene overeenkomen dat een black-start-mogelijkheid niet vereist is.
**7.** In aanvulling op de artikelen 2.7, 2.8 en 2.20 gelden voor een aansluiting van de offshore-power park module op het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee de volgende eisen ten aanzien van harmonische emissielimieten:
Het compatibiliteitsniveau voor de totale harmonische vervorming (THD) op een (66 kV) overdrachtspunt van een aansluiting van een offshore-power park module bedraagt:
THD < 5% gedurende 95% van de metingen van het tien minuten gemiddelde in een week;
THD < 6% gedurende 99,9% van de metingen van het tien minuten gemiddelde in een week.
Het planningsniveau voor de totale harmonische vervorming (THD) op een (66 kV) overdrachtspunt van een aansluiting van een offshore-power park module bedraagt:
THD < 3%, gedurende 95% van de metingen van het tien minuten gemiddelde in een week;
THD < 3,6%, gedurende 99,9% van de metingen van het tien minuten gemiddelde in een week.
Indien er meer dan één offshore-power park module is aangesloten op één 66 kV railsysteem, wordt het geplande emissieniveau evenredig verdeeld over de offshore-power park modules naar rato van het vermogen dat aan elke offshore-power park module is toegekend.
Hoofdstuk 3 › § 3.7
Artikel 3.32
Artikel 3.32
Onderdeel van Systeemcode elektriciteit 2026· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 21 februari 2026