Met uitzondering van de exitpunten waar het transmissiesysteem is verbonden met een systeemgebied voert de transmissiesysteembeheerder voor alle entry- en exitpunten van het transmissiesysteem de allocatie uit. De transmissiesysteembeheerder bepaalt voor deze entry- en exitpunten de allocatie op uurbasis, conform deze paragraaf. Op deze entry- en exitpunten zijn meerdere portfolio’s toegestaan.
In beginsel is de allocatie gelijk aan de confirmatie. Indien de meting ongelijk is aan som van de confirmaties, dan wordt het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties gealloceerd volgens 4a.1.1.1 tot en met 4a.1.1.3. Hierbij geeft de transmissiesysteembeheerder op alle overige entry- en exitpunten aan de balanceringsverantwoordelijken de keuze tussen de allocatierollen Balancerend en Proportioneel.
Indien er op een entry- of exitpunt voor het uur waarvoor de allocatie wordt uitgevoerd een OBA, als bedoeld in 5.1.8 van de Invoedcode gas TSB, actief is, dan wordt voor dat uur het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties toegekend aan de OBA.
Indien een OBA actief wordt op een entry- of exitpunt, krijgen alle portfolio’s op dat entry- of exitpunt de allocatierol Proportioneel. De transmissiesysteembeheerder publiceert op haar website op welke entry- en exitpunten een OBA actief is.
Indien een OBA inactief of niet aanwezig is, wordt het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties gealloceerd conform 4a1.1.2 of 4a.1.1.3.
Indien er op een entry- of exitpunt één of meerdere portfolio(s) met de allocatierol Balancerend aanwezig zijn, geldt het volgende. Het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties wordt toegekend aan de portfolio’s met de allocatierol Balancerend waarvan de richting van de gasstroom overeenkomt met de richting van de gasstroom van het verschil tussen de meting en de som van de betreffende confirmaties. Het verschil wordt pro rata aan de betreffende confirmaties toegekend aan deze portfolio’s. De allocatie is dan gelijk aan de confirmatie plus het pro rata bepaalde verschil.
Indien er geen portfolio met de allocatierol Balancerend is waarvan de richting van de gasstroom overeenkomt met de richting van de gasstroom van het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties, wordt het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties gealloceerd conform 4a.1.1.3.
Indien er op een entry- of exitpunt geen OBA actief is en de allocatierol Balancerend ook niet voorkomt, geldt het volgende. Het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties wordt toegekend aan de portfolio’s waarvan de confirmatie dezelfde richting van de gasstroom heeft als de meting. Het verschil wordt pro rata aan de betreffende confirmaties toegekend aan deze portfolio’s. De allocatie is dan gelijk aan de confirmatie plus het pro rata bepaalde verschil.
Indien een balanceringsverantwoordelijke volgens 4a.1.1 op een entry- of exitpunt de keuze heeft tussen verschillende allocatierollen, zal de balanceringsverantwoordelijke de transmissiesysteembeheerder per entry- en exitpunt schriftelijk melden welke allocatierol hij zal vervullen. Indien de transmissiesysteembeheerder deze informatie niet uiterlijk vijf werkdagen voor aanvang van de balanceringsverantwoordelijkheid op het betreffende entry- of exitpunt ontvangt zal de transmissiesysteembeheerder aan de balanceringsverantwoordelijke de rol proportioneel toekennen.
Indien een balanceringsverantwoordelijke kiest voor de allocatierol balancerend terwijl er al een andere balancerende balanceringsverantwoordelijke op het entry- of exitpunt aanwezig is, zal de transmissiesysteembeheerder in overleg gaan met zowel de oorspronkelijke balancerende balanceringsverantwoordelijke als de nieuwe balancerende balanceringsverantwoordelijke, met als resultaat een van de volgende situaties:
Beide balanceringsverantwoordelijken krijgen de allocatierol
Een van beide partijen verandert zijn allocatierol in proportioneel.
Indien de gecontracteerde entry- en/of exitcapaciteit of het gebruiksrecht van de gecontracteerde entry- en/of exitcapaciteit wordt overgedragen aan een andere balanceringsverantwoordelijke dan wordt de allocatierol ook overgedragen, tenzij de ontvangende balanceringsverantwoordelijke anders aangeeft.
Indien de gecontracteerde entry- en/of exitcapaciteit of het gebruiksrecht van de gecontracteerde entry- en/of exitcapaciteit gedeeltelijk wordt overgedragen, zullen de betrokken balanceringsverantwoordelijken handelen volgens 4a.1.2.
Indien de gecontracteerde entry- en/of exitcapaciteit of het gebruiksrecht van de gecontracteerde entry- en/of exitcapaciteit wordt overgedragen aan een andere balanceringsverantwoordelijke die reeds actief is op de betreffende aansluiting, dan wordt de vigerende allocatierol van de ontvangende balanceringsverantwoordelijke toegepast op de extra entry- en/of exitcapaciteit, tenzij anders aangegeven volgens 4a.1.2.
Indien uitvoering van 4a.1.2, 4a.1.3 en 4a.1.4 niet uiterlijk vijf werkdagen voor aanvang van de balanceringsverantwoordelijkheid op het betreffende entry- en exitpunt leiden tot een uitvoerbaar allocatiealgoritme zal de transmissiesysteembeheerder de betrokken balanceringsverantwoordelijken een allocatierol toedelen en deze hierover informeren.
Binnen de condities van 4a.1.2 is een balanceringsverantwoordelijke bevoegd zijn allocatierol te wijzigen volgens de volgende regels.
De balanceringsverantwoordelijke zal de transmissiesysteembeheerder zijn nieuwe allocatierol schriftelijk melden. Deze nieuwe allocatierol zal in werking treden op de eerste gasdag van de eerstkomende gasmaand, rekening houdend met een verwerkingstijd van vijf werkdagen door de transmissiesysteembeheerder na ontvangst van de melding, tenzij anders overeengekomen.
Indien ten gevolge van voorgenoemde melding, of ten gevolge van het niet langer contracteren van entry- en/of exitcapaciteit door een balanceringsverantwoordelijke met de allocatierol balancerend, niet langer een balanceringsverantwoordelijke met de allocatierol balancerend op een entry- en exitpunt aanwezig is, zal de transmissiesysteembeheerder de andere balanceringsverantwoordelijken op het betreffende entry- en/of exitpunt uiterlijk drie werkdagen voordat de wijziging in werking treedt schriftelijk op de hoogte brengen.
Indien ten gevolge van een wijziging van de allocatierol van een balanceringsverantwoordelijke of ten gevolge van de aanvang van het contracteren door een balanceringsverantwoordelijke met de allocatierol balancerend, een balanceringsverantwoordelijke met de allocatierol balancerend actief wordt op een entry- en/of exitpunt, zal de transmissiesysteembeheerder de andere balanceringsverantwoordelijken op het betreffende entry- en/of exitpunt uiterlijk drie werkdagen voordat de wijziging in werking treedt schriftelijk op de hoogte brengen.
De transmissiesysteembeheerder zal per entry- en exitpunt per balanceringsverantwoordelijke de allocatierol opnemen in zijn administratie. Deze informatie is opvraagbaar voor balanceringsverantwoordelijken die actief zijn op de betreffende entry- en exitpunten en zal verstrekt worden rekening houdend met belangen van alle betrokken partijen.
[vervallen]
[vervallen]
[vervallen]
Allocatie op het TTF
Op het TTF geldt dat de gealloceerde hoeveelheid gelijk is aan de geconfirmeerde hoeveelheid; een uitzondering hierop is de balansrelatie.
Balansrelatie op het TTF
In een balansrelatie wordt de op het TTF gealloceerde hoeveelheid tussen één of meer balansleverende en één balansontvangende balanceringsverantwoordelijke bepaald op basis van de fysieke levering op binnenlandse verbruikspunten in een portfolio van de balansontvangende balanceringsverantwoordelijke. Met behulp van de balansrelatie kan daarmee onbalansrisico op binnenlandse verbruikspunten over één- of meerdere balansleverende partijen verdeeld worden.
De gealloceerde hoeveelheid wordt bepaald door de inzet van één of meer van de onderstaande varianten:
Aansluitingcategorieën
Een balansleverende- en een balansontvangende balanceringsverantwoordelijke kunnen een balansrelatie beperken tot één of meer gespecificeerde aansluitingcategorieën binnen het gemeten verbruik binnen de balansontvangende balanceringsverantwoordelijke.
Procentuele nominatie
De verdeling van de fysieke levering vindt plaats op basis van een vooraf door de balansleverende- en een balansontvangende balanceringsverantwoordelijken genomineerd en geconfirmeerd percentage.
Maxbalans
De gealloceerde hoeveelheid op het TTF tussen een balansleverende en een balansontvangende balanceringsverantwoordelijke heeft een vooraf gespecificeerde bovengrens.
Minbalans
De gealloceerde hoeveelheid op het TTF tussen een balansleverende en een balansontvangende balanceringsverantwoordelijke heeft een vooraf gespecificeerde ondergrens waaronder geen overdracht plaats heeft.
Voor de toepassing van een balansrelatie op het TTF:
staat de balansontvangende partij als balanceringsverantwoordelijke in het aansluitingenregister van de betreffende systeembeheerder vermeld
wordt de overdracht tussen de balansleverende en de balansontvangende partij geacht plaats te vinden bij de fysieke exit.
worden de realisaties van de balansleverende partij onder de balansrelatie beschouwd als exitallocaties.
Balanceringsverantwoordelijken op een entry- en/of exitpunt kunnen de transmissiesysteembeheerder verzoeken de allocatie op het betreffende entry- en/of exitpunt door een andere partij te laten uitvoeren. De transmissiesysteembeheerder en de betreffende balanceringsverantwoordelijken dienen vooraf overeenstemming te bereiken over de werkwijze. Als voorwaarde geldt dat de gemeten hoeveelheid energie en de som van de allocaties voor het betreffende entry- en/of exitpunt voor elk uur exact overeen dienen te komen; tevens geldt dat het tijdstip van beschikbaarstelling van de allocaties aan de transmissiesysteembeheerder overeen dient te komen met twee minuten voor het in 2.1.3 genoemde tijdstip voor de near-real-time allocaties en met twee werkdagen voor het in 2.5.1 genoemde moment voor de definitieve offline allocaties.
Indien de transmissiesysteembeheerder niet conform 4a.3.1 en de overige met die andere partij gemaakte afspraken de allocaties krijgt aangeleverd, zal de transmissiesysteembeheerder zelf die allocaties voor de betreffende entry- en/of exitpunt bepalen in overeenstemming met het bepaalde in deze Allocatiecode systeembeheerders gas.
Verschillen tussen near-real-time allocaties en de definitieve allocaties worden verrekend via het settlement proces conform 4.1.6 van de Transportcode gas TSB. Het portfolio-onbalans- signaal en het systeem-balans-signaal worden niet opnieuw berekend naar aanleiding van offline allocaties.
Balanceringsverantwoordelijken zijn gehouden de conform 2.4.1 door de transmissiesysteembeheerder verstrekte gegevens, bij ontvangst te controleren op plausibiliteit en eventuele vermeende fouten zo spoedig mogelijk te melden bij de transmissiesysteembeheerder en, in geval van vermeende fouten in de meting, bij de partij die de meting verricht, opdat deze fouten gecorrigeerd kunnen worden binnen de termijn zoals genoemd in 2.5.1.
Indien de transmissiesysteembeheerder binnen de termijn zoals genoemd in 2.5.1 vaststelt dat een door hem samengesteld allocatiegegeven onjuist is, zal de transmissiesysteembeheerder:
informatie verstrekken over de correctie aan de balanceringsverantwoordelijke met betrekking tot de aansluiting waarop de gecorrigeerde uurwaarde betrekking heeft;
een correctie uitvoeren op de gealloceerde uurhoeveelheid binnen de termijn zoals genoemd in 2.5.1.
Artikel 4a
Het allocatieproces voor overige entry- en exitpunten van het transmissiesysteem
Onderdeel van Allocatiecode systeembeheerders gas· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 21 februari 2026