In deze circulaire met betrekking tot bewaken en beveiligen van personen, objecten en diensten 2026 (hierna: de circulaire) worden de beleidskaders en werkafspraken ten aanzien van het taakveld bewaken en beveiligen, op basis van de huidige wet- en regelgeving op dit terrein, weergegeven.
Het doel van deze taakuitvoering is het voorkomen van aanslagen op personen, objecten en diensten. Bij het waken over de veiligheid van personen staat het voorkomen van ernstige schending van de fysieke integriteit centraal.
Het taakveld bewaken en beveiligen omvat het stelsel beveiligen van personen, het lokaal domein en het bewaken en beveiligen van objecten en diensten. Dit taakveld werd voorheen aangeduid als het stelsel bewaken en beveiligen.
De circulaire is bedoeld om houvast te bieden aan organisaties en professionals die werkzaam zijn binnen dit taakveld. De circulaire is een cruciaal document voor alle organisaties die werken in het taakveld. Er is namelijk geen specifieke wettelijke regeling of ander document waarin het taakveld bewaken en beveiligen integraal wordt beschreven. Ook het stelsel beveiligen van personen wordt alleen in deze circulaire beschreven.
Het taakveld is gebaseerd op een beperkte hoeveelheid wet- en regelgeving en bestaat verder uit (werk)afspraken tussen de betrokken organisaties; de Minister van Justitie en Veiligheid (gemandateerd aan de NCTV: hierna NCTV3Wanneer het een taak van de Minister van Justitie en Veiligheid betreft die niet gemandateerd is aan de NCTV wordt de aanduiding Minister van Justitie en Veiligheid gebruikt (m.u.v. het wettelijk kader waarin de letterlijke wetteksten zijn gebruikt).), het Openbaar Ministerie (hierna: OM), de politie, de Koninklijke Marechaussee (hierna: KMar) en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De circulaire is het enige document waarin de toepassing van wetgeving, de instructies voor de taakuitvoering en de bijbehorende beleidskaders en werkafspraken worden beschreven die gelden vanaf de dag dat de circulaire van kracht is. Deze circulaire biedt geen uitputtend overzicht van alle (details in de) (werk)afspraken, dan wel de (overige) taken en bevoegdheden van de bij het taakveld betrokken organisaties. In de circulaire zijn (werk)afspraken beschreven die landelijk geïmplementeerd zijn.
Vanaf publicatie van deze circulaire vervangt deze circulaire de ‘circulaire met betrekking tot bewaking en beveiliging van personen, objecten en diensten 2023’ van 1 juli 2023 (kenmerk 18756).
De vorige circulaire diende om verschillende redenen aangepast te worden.
Sinds de vaststelling van de vorige circulaire heeft een groot versterkingstraject plaatsgevonden om het stelsel toekomstbestendig te maken en fundamenteel te vernieuwen tot het stelsel beveiligen van personen. De eerste versterkingstrajecten waren gestart in het kader van het brede offensief tegen ondermijnende criminaliteit (BOTOC) en waren verder onder meer gebaseerd op de aanbevelingen van de Commissie Bos (2021)4Kamerstukken II 2021/22, 2021D40044.. Mede naar aanleiding van het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV): “Bewaken en Beveiligen. Lessen uit drie beveiligingssituaties” (maart 2023)5Kamerstukken II 2022/23, 29 911, nr. 390 en Kamerstukken II 2022/23, 29 911, nr. 395. heeft het kabinet besloten tot een fundamentele vernieuwing van het stelsel. De OvV concludeerde dat het stelsel bewaken en beveiligen niet goed was voorbereid op een dreiging vanuit de zware, georganiseerde criminaliteit. Het kabinet constateerde dat de reeds ingezette verbeteringen binnen de bestaande (wettelijke) kaders niet afdoende waren en een fundamentele herziening van het stelsel noodzakelijk was. In de kabinetsreactie6Kamerstukken II 2022/23, 29 911, nr. 395. op het OvV-rapport is op hoofdlijnen de afbakening van het nieuwe stelsel geschetst. Dit is inmiddels nader uitgewerkt, zodat er duidelijkheid is over welke personen onder het nieuwe stelsel vallen en hoe dit aansluit op de verantwoordelijkheden van het lokale gezag (lokaal domein).
Inmiddels heeft de overdracht plaatsgevonden van in aanmerking komende te beveiligen personen van het OM naar de NCTV. Voor de overgang van het gezag in nieuwe casuïstiek is een triageproces ingericht (zie paragraaf 2.3.3).
De hierboven genoemde versterkingstrajecten zijn in voortgangsbrieven7Kamerstukken II 2021/22, 29 911, nr. 335; Kamerstukken II 2021/22, 29 911, nr. 336; Kamerstukken II 2021/22, 29 911, nr. 347; Kamerstukken II 2022/23, 29 911, nr. 378; Kamerstukken II 2023/24 29 911, nr. 426; Kamerstukken II 2024/25 29 911, nr. 455 en Kamerstukken II 2024/25 29 911 nr. 475. met de Tweede Kamer gedeeld en worden in deze circulaire geborgd.
Het taakveld bewaken en beveiligen volgt de inrichting van het Nederlandse staatsbestel en de bestaande politiële en justitiële structuren en is gebaseerd op wet- en regelgeving waar deze in zijn vastgelegd.
De overheid heeft in algemene zin een, uit artikel 2 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) voortvloeiende, zorgplicht om haar burgers te beschermen tegen (levens)gevaar, die onder meer is uitgewerkt in het kader van het taakveld bewaken en beveiligen.
Op basis van de Gemeentewet, artikel 172, is de burgemeester belast met de handhaving van de openbare orde. Hij bedient zich daarbij van de onder zijn gezag staande politie.
Het OM is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (artikel 124 van de Wet op de rechterlijke organisatie). De officier van justitie (hierna: OvJ) heeft het gezag over de politie en de KMar voor zover zij optreden in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Deze bevoegdheid van de OvJ wordt in het lokaal domein uitgeoefend door de hoofdofficier van justitie (hierna: HOvJ) van de arrondissementsparketten van het OM.8Indien bij of krachtens een wet een bevoegdheid wordt toegekend aan de OvJ, kan deze bevoegdheid worden uitgeoefend door (onder meer) een HOvJ. De HOvJ’s van de arrondissementsparketten van het OM geven in de praktijk invulling aan de gezagsverantwoordelijkheid binnen het lokaal domein.
In de Politiewet 2012 zijn de wettelijke taken van de politie en de KMar verankerd. In hoofdstuk 2 van de Politiewet 2012 is de algemene politietaak beschreven en worden de limitatief aan de KMar opgedragen taken beschreven.
Het bewaken en beveiligen van personen, objecten en diensten maakt onderdeel uit van de politietaak. De politie heeft als taak in ondergeschiktheid aan het gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven (artikel 3 van de Politiewet 2012). De handhaving van de rechtsorde bestaat uit de handhaving van de openbare orde en de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde.
Op grond van artikel 4 van de Politiewet 2012 heeft de KMar de volgende taken in het kader van het bewaken en beveiligen van personen, objecten en diensten:
Het waken over de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis, waaronder wordt verstaan het bewaken en beveiligen van de koninklijke paleizen en woonhuizen van leden van het Koninklijk Huis;
Het bewaken en beveiligen van personen, objecten en diensten als onderdeel van de uitvoering van de politietaak ten behoeve van Nederlandse en andere strijdkrachten, alsmede internationale militaire hoofdkwartieren, en ten aanzien van tot die strijdkrachten en hoofdkwartieren behorende personen;
Het bewaken en beveiligen van personen, objecten en diensten als onderdeel van de uitvoering van de politietaak op de luchthaven Schiphol en op de andere door de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Defensie aangewezen luchtvaartterreinen, alsmede de beveiliging van de burgerluchtvaart;
Het bewaken en beveiligen van personen, objecten en diensten als onderdeel van de uitvoering van de politietaak op plaatsen onder beheer van de Minister van Defensie, op verboden plaatsen die krachtens de Wet bescherming staatsgeheimen ten behoeve van de landsverdediging zijn aangewezen en van de ambtswoning van de minister-president;
Het bewaken en beveiligen van objecten en diensten als onderdeel van de in opdracht van Onze Minister en Onze Minister van Defensie ten behoeve van De Nederlandsche Bank N.V. te verrichten beveiligingswerkzaamheden; en
De assistentieverlening aan de politie bij het bewaken en beveiligen van objecten en diensten en het waken over de veiligheid van door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen personen.
Naast deze taken in het kader van bewaken en beveiligen op grond van artikel 4 Politiewet 2012 kan de KMar eveneens personen, objecten en diensten in het lokaal domein bewaken en beveiligen in bijstand aan de politie op grond van artikel 57 van de Politiewet 2012.
Het bewaken en beveiligen van personen, objecten en diensten door de politie en KMar in het kader van de handhaving van de openbare orde of de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, geschiedt onder gezag van de burgemeester of de OvJ.
Indien de politie of de KMar optreedt ter strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, dan wel taken verricht ten dienste van justitie, staan zij, tenzij in enige wet anders is bepaald, onder gezag van de OvJ (artikelen 12, eerste lid, en 14, tweede lid, van de Politiewet 2012). Artikel 1, tweede lid, van de Politiewet 2012 bepaalt dat ‘in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde mede verstaan: het waken voor de veiligheid van personen’. Het waken over de veiligheid van personen door de politie en de KMar geschiedt derhalve onder gezag van de OvJ, tenzij in enige wet anders is bepaald. Het bewaken en beveiligen van objecten en diensten door de politie en KMar in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde geschiedt eveneens onder gezag van de OvJ.
Op grond van artikel 42, eerste lid, onder c, van de Politiewet 2012 kan de Minister van Justitie en Veiligheid personen aanwijzen die door een landelijke eenheid van de politie of door de KMar in assistentieverlening aan de politie worden beveiligd. Daarnaast is de landelijke eenheid van de politie belast met het waken over de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis. De ambtenaren van politie die deze taak uitvoeren, doen dit op grond van artikel 43, tweede lid, van de Politiewet 2012 onder verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie en Veiligheid.
Artikel 16, eerste lid, van de Politiewet 2012, bepaalt dat de Minister van Justitie en Veiligheid objecten en diensten kan aanwijzen waarvan bewaking of beveiliging door de politie noodzakelijk is in het belang van de veiligheid van de Staat of de betrekkingen van Nederland met andere mogendheden, dan wel met het oog op zwaarwegende belangen van de samenleving. Voor de uitvoering van een dergelijk besluit draagt de burgemeester zorg, voor zover dat geschiedt ter handhaving van de openbare orde, of de OvJ, voor zover dat geschiedt ter strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Het gezag over de politie bij de uitvoering van deze besluiten ligt daarmee lokaal.
De artikelen 16, eerste lid, en 42, eerste lid, onder c, gelezen in samenhang met artikel 43, tweede lid, van de Politiewet 2012 zijn de basis voor het bewaken en beveiligen van personen, objecten en diensten.
Daarnaast heeft de Minister van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 15, derde lid, van de Politiewet 2012 de bevoegdheid burgemeesters en, in geval van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, de voorzitter van een veiligheidsregio algemene en bijzondere aanwijzingen te geven met betrekking tot de handhaving van de openbare orde, voor zover dat noodzakelijk is in het belang van de veiligheid van de Staat of de betrekkingen van Nederland met andere mogendheden, dan wel met het oog op zwaarwegende belangen van de samenleving. Een dergelijke aanwijzing van de Minister van Justitie en Veiligheid moet worden aangemerkt als een volledig bindende aanwijzing. De burgemeester is derhalve verplicht met inachtneming van de aanwijzing te handelen.
In hoofdstuk 5 van de Politiewet 2012 is bepaald dat de politie en de KMar bijstand kunnen leveren aan elkaar en dat in bijzondere gevallen ook militaire bijstand kan worden verleend door andere onderdelen van de krijgsmacht. Daarnaast kan een bijzondere bijstandseenheid bijstand verlenen aan de politie en de KMar.
In de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017 (hierna: Wiv 2017) is het geheel aan taken vastgelegd dat door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen-en Veiligheidsdienst (MIVD) wordt verricht. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten leveren gevraagd en ongevraagd informatie aan de NCTV. In voorkomende gevallen leveren de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (rechtstreeks) informatie aan de HOvJ, voor het lokaal domein.
De taak van de AIVD in relatie tot het taakveld bewaken en beveiligen is vastgelegd in artikel 8, tweede lid, onderdeel e, gelezen in samenhang met artikel 9 van de Wiv 2017. Voor de MIVD is de taak in relatie tot het taakveld bewaken en beveiligen vastgelegd in artikel 10, tweede lid, onderdeel f, gelezen in samenhang met artikel 11 van de Wiv 2017.
De Wet politiegegevens en het Besluit politiegegevens bieden het normenkader voor de verwerking van politiegegevens met het oog op de uitvoering van de politietaak, alsmede de verstrekking voor andere doelen.
De gezagen binnen het taakveld bewaken en beveiligen zijn de NCTV, de HOvJ’s en de burgemeesters. De gezagen zijn verantwoordelijk voor het opdragen van veiligheidsmaatregelen op basis van dreiging en risico, op basis van een advies door de politie en/of de KMar.
De politie en de KMar zijn de uitvoeringsorganisaties binnen het taakveld bewaken en beveiligen. De KMar voert beveiligingsopdrachten uit op basis van haar eigen politietaak of in bijstand of assistentieverlening aan de politie. De uitvoering is zo georganiseerd dat de politie en de KMar, vanuit synergie en gelijkwaardigheid, de beveiligingsopdrachten effectief en efficiënt kunnen uitvoeren en waar nodig andere (private) partijen kunnen betrekken. De uitvoeringsorganisaties adviseren met betrekking tot de benodigde veiligheidsmaatregelen en trekken in gezamenlijkheid op om de intake en uitvoering van nieuwe opdrachten van het gezag vorm te geven in een gezamenlijk coördinatiecentrum.
Ten behoeve van de taakuitvoering in het taakveld bewaken en beveiligen wordt ook informatie verzameld over dreiging en risico ten aanzien van personen, objecten en diensten. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten en opsporings- en intelligenceorganisaties van de politie en KMar zijn verantwoordelijk voor het opstellen van de (dreigings)informatieproducten. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op deze producten en de rol van het gezag om de verkregen informatie te analyseren en te vertalen naar een adequaat niveau van weerstand.
Uitvoeringsorganisaties kunnen publiek-private samenwerkingen aangaan. Private partijen kunnen, vanwege hun specifieke expertise, ingezet worden op bepaalde taken binnen een beveiligingsconcept, gebaseerd op het benodigde weerstandsniveau. Deels kan dit structureel, deels biedt de inzet van deze private partijen de mogelijkheid fluctuaties in werklast op te vangen. Naast extra capaciteit, kan dit ook de kwaliteit van het beveiligingsconcept vergroten. Met het betrekken van de expertise en capaciteit vanuit de private sector, worden de mogelijkheden om een breed palet aan beveiligingsconcepten te ontwikkelen ook verruimd.
Bij de inzet van private organisaties, zijnde onderdeel van het beveiligingsconcept binnen het taakveld (niet zijnde private maatregelen in het kader van de werkgeversverantwoordelijkheid), gelden vier principiële uitgangspunten:
Het geweldsmonopolie blijft bij de overheid;
De uitvoering van hun taken valt onder regie van en is ondersteunend aan de uitvoeringsorganisaties, met instemming van het bevoegde gezag;
De particuliere beveiliging voldoet aan certificerings- en opleidingseisen die door het bevoegde gezag worden gesteld;
Gegevensverstrekking voldoet aan de wettelijke vereisten.
Ook werkgevers en overkoepelende instanties zijn relevante organisaties. Vaak zijn dit de beveiligingsambtenaren (BVA’s) van departementen of vergelijkbare functionarissen van private organisaties. Zij beschikken vaak ook over relevante informatie aangaande dreiging en risico of geven uitvoering aan de werkgeversverantwoordelijkheid.
Er zijn veel verschillende organisaties betrokken die ieder hun eigen rollen, taken en verantwoordelijkheden hebben binnen het taakveld bewaken en beveiligen. Zij zijn daarbij van elkaar afhankelijk en gezamenlijk verantwoordelijk voor het resultaat. Effectieve samenwerking en afstemming tussen deze organisaties is dan ook noodzakelijk voor een goede werking van het taakveld bewaken en beveiligen. Om de samenhang binnen het taakveld en de samenwerking tussen organisaties te borgen, is de governance op landelijk niveau zo georganiseerd dat het voorziet in krachtige en integrale sturing op strategie, operatie, kwaliteit en innovatie.
In het Dg-overleg zitten de verschillende directeuren-generaal van betrokken departementen en organisaties, namelijk de NCTV, Directoraat-generaal Politie en Veiligheidsregio’s (DGPenV), Directoraat-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving (DGRR), Directoraat-generaal AIVD en Directoraat-generaal Beleid van Defensie. Indien er thema’s besproken worden die het OM raken in de gezagsrol voor het lokaal domein of de opsporing sluit het OM aan. Indien er thema’s besproken worden in relatie tot getuigenbescherming/kroongetuigen sluit het Directoraat-generaal ondermijning (DGO) aan. Het Dg-overleg besluit (formeel) over beleidsvraagstukken die geen onderdeel uitmaken van de operationele aansturing door het gezag (NCTV, HOvJ en burgemeesters), maar randvoorwaardelijk voor het functioneren van het taakveld bewaken en beveiligen zijn. Het Dg-overleg kan ook als escalatieniveau dienen voor zaken die het eigenaarschap of beheer van de betrokken organisaties betreft. Het Dg-overleg borgt daarmee de reguliere verantwoordelijkheidslijnen (beleidsmatig, beheersmatig en politiek-bestuurlijk) binnen de departementen. De NCTV is voorzitter van het Dg-overleg.
De Vierhoek Bewaken en Beveiligen – bestaande uit de NCTV of zijn plaatsvervanger, een lid van het College van procureurs-generaal, een vertegenwoordiger van de korpsleiding van de politie en de commandant van de KMar of zijn aangewezen plaatsvervanger – is het overleg dat richting geeft aan de strategische doorontwikkeling van het taakveld bewaken en beveiligen. De NCTV is voorzitter van de Vierhoek. In de Vierhoek wordt niet overlegd over zaken die het eigenaarschap, het beheer, de inrichting of de verwerkingsverantwoordelijkheid van de betrokken organisaties betreft.
De coördinatie en aansturing van het taakveld bewaken en beveiligen ligt bij het uitvoeringsorgaan waarin de organisaties op directeursniveau zijn vertegenwoordigd, onder voorzitterschap van een directeur van de NCTV. Vanwege de verscheidenheid aan taken en vraagstukken, bestaat het uitvoeringsorgaan uit twee ‘tafels’: een Strategische tafel en een (operationele) Sturingstafel.
De Strategische tafel een overleg op directeurenniveau – bestaande uit vertegenwoordigers van de NCTV, DGPenV, het OM, de politie, de KMar en/of Defensie, de AIVD en een vertegenwoordiger vanuit het lokaal gezag – voert de door de Vierhoek en/of Dg-overleg vastgestelde, strategische agenda uit en borgt daarmee de reguliere verantwoordelijkheidslijnen (beleidsmatig, beheersmatig en politiek-bestuurlijk).
De Sturingstafel – bestaande uit de NCTV, het OM, de politie en de KMar – heeft als aandachtsgebied de overkoepelende sturing op actuele en toekomstige operationele vraagstukken en de kwaliteitsborging in de operatie. Daarbij maakt de sturingstafel gebruik van het dashboard bewaken en beveiligen, waarin alle voor de sturing benodigde informatie over de ingezette en beschikbare capaciteit geactualiseerd beschikbaar is.
Het Landelijk Tactisch Overleg (LTO) ressorteert onder de Sturingstafel van het Uitvoeringsorgaan Bewaken en Beveiligen. In het LTO zijn de NCTV, OM, politie en KMar vertegenwoordigd. Het LTO focust op de operatie en is het landelijke overleg waar operationele vraagstukken en specifieke casuïstiek binnen het taakveld bij elkaar komen voor landelijke afstemming. Waar nodig zorgt het LTO dat besluiten worden voorbereid en voorgelegd aan de Sturingstafel – afgestemd en voorzien van advies. Wanneer vraagstukken geagendeerd worden voor de Sturingstafel dan wel geëscaleerd worden naar de Sturingstafel, gebeurt dit via het LTO en met medeweten van alle LTO deelnemers.
Het Overleg Strategische Adviseurs ressorteert onder de Strategische tafel van het uitvoeringsorgaan Bewaken en Beveiligen en heeft als primaire taak het overleg inhoudelijk voor te bereiden en daarvoor de samenhang dan wel voortgang te bewaken van de afgesproken acties.
Ter ondersteuning van de vierhoek en het uitvoeringsorgaan, is bij de NCTV een bestuurssecretariaat ingericht. Dit bestuurssecretariaat bereidt de overleggremia inhoudelijk voor en voert het secretariaat.
Binnen het taakveld bewaken en beveiligen zijn verschillende kennis- en adviesfuncties ingericht. Deze zijn beschreven in hoofdstuk 6.
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Circulaire met betrekking tot de bewaking en beveiliging van personen, objecten en diensten 2026· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 24 februari 2026