Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Systematiek taakveld: van dreiging naar veiligheidsmaatregelen

Onderdeel van Circulaire met betrekking tot de bewaking en beveiliging van personen, objecten en diensten 2026· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 24 februari 2026

In dit hoofdstuk wordt de werkwijze toegelicht om binnen het taakveld bewaken en beveiligen van informatie over een dreiging of risico tot veiligheidsmaatregelen te komen. Ook zijn in dit hoofdstuk de bijbehorende (dreigings)informatieproducten benoemd. De beschreven systematiek en producten zijn grotendeels gelijk binnen het taakveld. Het werkproces is op hoofdlijnen geüniformeerd binnen de diverse organisaties. Bij het doorlopen van het werkproces worden de processtappen en de gemotiveerde besluitvorming vastgelegd. Zodoende zijn besluiten navolgbaar en wordt het mogelijk om de inzet van maatregelen te monitoren en evalueren. Voor het vaststellen van het dreigingsniveau wordt een dreigingsinschatting opgesteld. Hiervoor wordt een inschatting gemaakt van de ‘ernst’ van de dreiging en de ‘waarschijnlijkheid’ dat de dreiging gaat worden uitgevoerd. Daarbij wordt gebruik gemaakt van speciaal ontwikkelde tabellen met een dubbele kwalificering. Daardoor ontstaat een differentiatie in dreigingsniveaus en is maatwerk mogelijk. Op basis van de inschatting wordt gefundeerd overwogen ten aanzien van welke personen, objecten en diensten veiligheidsmaatregelen nodig zijn. De inschatting ten behoeve van het gezag wordt, in de vorm van een dreigingsinschatting, dreigingsmelding of een dreigings- of risicoanalyse – afhankelijk van de aard – gevraagd en ongevraagd vervaardigd door politie, KMar of de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Voor sommige objecten voorziet de intelligenceorganisatie van de KMar in eigen dreigingsinschattingen (krachtens artikel 4, eerste lid, onder a, b, c, e en h, Politiewet 2012). Andere partijen, zoals werkgevers of BVA’s van departementen, kunnen eveneens informatie leveren aan deze organisaties ten behoeve van het informatiebeeld van de voor hen relevante personen, objecten en diensten. Op basis van onderstaande (dreigings)informatieproducten bepaalt het gezag of aanvullende veiligheidsmaatregelen nodig zijn om weerstand te bieden tegen een dreiging, en zo ja, welke veiligheidsmaatregelen dat zijn. Het uniforme gebruik van deze producten zorgt voor eenduidigheid in gehanteerde begrippen. Deze (dreigings)informatieproducten worden opgemaakt door de intelligenceorganisatie van respectievelijk de politie, de KMar en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Bij het delen van informatie geldt dat het belang van bewaken en beveiligen nevengeschikt is aan dat van opsporing en vervolging. De NCTV, het OM, de politie, KMar, de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en andere relevante organisaties delen conform het eigen wettelijke kader de bij hen beschikbare, relevante informatie intern, met elkaar en met de gezagen. Met het oog op de bepaling van een adequaat weerstandsniveau kan het gezag in contact treden met de politie, de KMar en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten ten behoeve van verduidelijking van de verstrekte (dreigings)informatieproducten. Het gezag kan indien nodig, verzoeken medewerking te verlenen aan het verstrekken en (gedeeltelijk) verwerken van informatie conform wettelijke kaders. Tevens heeft de NCTV (als systeemverantwoordelijke) een beleidsverantwoordelijkheid dat de uitwisseling van relevante informatie – die bij de diensten, bij de politie en de KMar aanwezig is – tot stand komt en optimaal verloopt, waardoor de relevante informatie ook bij de uitvoering van de maatregelen betrokken kan worden. Dit betreft een melding van een concrete of voorstelbare dreiging tegen een persoon, object of dienst zonder waardering van de ernst en waarschijnlijkheid. Een melding van een dreiging kan op verschillende manieren bekend worden zoals bijvoorbeeld via een melding of aangifte, vanuit de opsporing, via intelligence of een melding van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en tot slot uit informatie van ketenpartners. Informatie omtrent dreigingen wordt gevraagd en ongevraagd (zo nodig spoedshalve) verstrekt aan het gezag door de politie, KMar en inlichtingen- en veiligheidsdiensten. In de doorverstrekking van melding wordt aandacht besteed aan zowel de bedreigde, als de dreiger (indien bekend). Dit product is bedoeld om bij concrete en voorstelbare dreigingen zoveel als mogelijk beschikbare informatie bijeen te brengen en zo een eerste indruk te geven van de situatie. Op basis van het IRD kan het gezag besluiten dat een DI moet worden opgemaakt en kan het gezag besluiten, indien nodig, de eerste (spoed)maatregelen te treffen. Een IRD wordt in beginsel uitsluitend in opdracht van het gezag opgesteld. Een signaalrapport is een informatierapport waarmee een signaal ter alertering wordt afgegeven op een specifiek onderwerp, indien dit een relatie heeft met het taakveld bewaken en beveiligen. Dit rapport wordt eigenstandig opgesteld vanuit de intelligenceorganisatie van de politie. Dat doen zij indien er een specifieke trend, methodiek of andere van belang zijnde ontwikkeling vanuit een dreigingsfenomeen bekend wordt en als deze van invloed kan zijn op de dreiging, op meerdere te beveiligen personen en/of de uitvoering van maatregelen, zoals persoonsbeveiliging. Met een signaalrapport kunnen het gezag en organisaties binnen het taakveld bewaken en beveiligen geïnformeerd worden, waarbij een aantal scenario’s kan worden geschetst. Een dreigingsinschatting is een product waarin de ernst en waarschijnlijkheid van de concrete, dan wel voorstelbare dreiging tegen een persoon, object of dienst wordt ingeschat. De inschatting is gebaseerd op feiten of omstandigheden met betrekking tot een dreiging en de ernst en waarschijnlijkheid van het manifesteren van de dreiging. Waar mogelijk worden signalen en contextinformatie vanuit betrokkenen (bijvoorbeeld de bedreigde persoon of hun naasten) daarin meegewogen. Dreigingsinschattingen worden voor het taakveld bewaken en beveiligen opgesteld. Zij worden gevraagd en ongevraagd verstrekt aan het gezag door opsporings-, inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Een dreigingsanalyse is een uitgebreide analyse van concrete (voorspelbare) en potentiële (voorstelbare) dreiging tegen één of meer bepaalde personen, objecten of diensten. De analyse is gebaseerd op feiten en omstandigheden met betrekking tot de dreiging en de ernst en waarschijnlijkheid van het manifesteren van de dreiging. Dreigingsanalyses voor het stelsel beveiligen van personen worden op verzoek van het gezag opgesteld door de intelligenceorganisatie van de politie, de intelligenceorganisatie van de KMar en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Voor het lokaal domein kan een HOvJ de intelligenceorganisatie van de politie, de intelligenceorganisatie van de KMar en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten verzoeken een dreigingsanalyse op te stellen. Een risicoanalyse is een uitgebreide analyse waarin het belang, de concrete en voorstelbare dreiging en de weerstand in onderlinge samenhang worden beoordeeld en inzicht wordt gegeven in de risico’s die een persoon, object of dienst loopt. In een risicoanalyse wordt aangegeven wat het belang van de persoon, object of dienst is en wordt de concrete en voorstelbare dreiging tegen de persoon, het object of de dienst beschreven. Daarna wordt in de vorm van scenario’s beschreven in hoeverre de bestaande weerstand voldoende is om de geschetste dreiging te weerstaan. Het risico is vervolgens de mate waarin de weerstand tekortschiet tegen een bepaalde dreiging. De AIVD ontvangt hiervoor informatie van de andere diensten (bijvoorbeeld politie en MIVD). Een weerstandsanalyse (WA) is een uitgebreide analyse van de weerstand rondom een bepaald persoon, object of dienst. Een WA is standaard onderdeel van een reguliere risicoanalyse (RA), maar kan ook als zelfstandig product worden opgesteld. In een weerstandsanalyse wordt aan de hand van vooraf bepaalde scenario’s bezien in hoeverre de fysieke (veiligheids)maatregelen die op dat moment getroffen zijn, weerstand bieden tegen voorstelbare dreigingen in deze scenario’s. Weerstandsanalyses kunnen zowel voor het stelsel als voor het lokaal domein worden opgesteld en worden respectievelijk door de NCTV of de HOvJ verzocht. De AIVD stelt deze weerstandsanalyses op. Op basis van de genoemde systematiek en betreffende (dreigings)informatieproducten voor dreiging en risico, worden de verkregen informatie en analyses op hun onderlinge samenhang beoordeeld door het gezag. De informatie kan voorts worden aangevuld met informatie verkregen uit andere bronnen. Op basis van een zo compleet mogelijk beeld wordt het niveau van de dreiging vastgesteld door het gezag. Om weerstand te bieden tegen dreiging en risico’s, kunnen maatregelen worden genomen. Is er sprake van een onaanvaardbaar risico, dan zullen veiligheidsmaatregelen moeten worden genomen die erop gericht zijn het risico tot een geaccepteerd niveau terug te dringen. Zowel in het lokaal domein als het stelsel beveiligen van personen worden zogenoemde ‘verhoogd risicomomenten’ aangemeld bij het gezag. Een ‘verhoogd risicomoment’ is een moment waarbij een persoon in het kader van het uitoefenen van zijn functie optreedt in een voor breed publiek toegankelijke plaats waarbij een risico kan worden verondersteld. Deze wordt aangemeld bij de NCTV wanneer het een persoon in het stelsel beveiligen van personen betreft, en bij de portefeuillehouder Regionale Conflict en Crisisbeheersing (RCCB) van de regionale eenheid wanneer het een persoon in het lokaal domein betreft. De NCTV (voor het stelsel beveiligen van personen) en portefeuillehouder RCCB (voor het lokaal domein) stellen vast of op het verhoogd risicomoment (extra) veiligheidsmaatregelen worden geadviseerd. De veiligheidsmaatregelen zijn, met uitzondering van categorie I van de limitatieve lijst, op basis van dreiging en risico getroffen en zijn in beginsel van tijdelijke aard. De geconstateerde concrete en/of potentiële dreiging en risico en de naar aanleiding daarvan getroffen veiligheidsmaatregelen, dienen periodiek te worden getoetst om te bepalen of voortzetting van de veiligheidsmaatregelen nog opportuun is. Indien mogelijk expliciteren gezag en uitvoering gezamenlijk in een zo vroeg mogelijk stadium op welk moment en/of op basis van welk type informatie de inschatting van de dreiging en het risico geëvalueerd kan worden om te bezien of de veiligheidsmaatregelen nog proportioneel en actueel zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel