Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Aanvraag verlenen rijksbijdrage

Onderdeel van Regeling stimulering projecten PAGW· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2026

1. Een aanvraag voor een rijksbijdrage wordt ingediend met gebruikmaking van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 2. Een aanvraag van een rijksbijdrage heeft betrekking op een fase van een project, bedoeld in het derde tot en met zesde lid. 3. De aanvraag voor een rijksbijdrage voor de verkenningsfase van een project gaat vergezeld van: een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen: een omschrijving van de aard, omvang en urgentie van het project; een beschrijving op hoofdlijnen van de aanpak van de verkenning, waaronder de afweging van alternatieven en het besluitvormingsproces; een omschrijving van de activiteiten waarvoor de rijksbijdrage wordt aangevraagd; een planning van de verkenning; een omschrijving van de belanghebbende partijen, hun betrokkenheid en een overzicht van de door belanghebbende partijen gereserveerde budgetten voor de verkenningsfase, planuitwerkingsfase, realisatiefase en fase na realisatie, indien die beschikbaar is; een risicoanalyse inclusief een beschrijving van de beheersmaatregelen voor de belangrijkste risico’s, een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s; en een omschrijving van de resultaten waartoe de verkenningsfase moet leiden; een raming van de kosten die in de verkenningsfase in aanmerking komen voor een rijksbijdrage, overeenkomstig artikel 4, zesde lid; de hoogte van de kosten waarvoor de rijksbijdrage wordt aangevraagd; en de vermelding of voor een deel van de kosten waarvoor de rijksbijdrage wordt aangevraagd reeds een rijksbijdrage is verleend op grond van deze regeling of waarvoor reeds een andere bijdrage ten laste van de rijksbegroting is verleend en, indien de aanvrager een provincie of gemeente is, een opgave van de omzetbelasting die op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds compensabel is. 4. De aanvraag voor een rijksbijdrage voor de planuitwerkingsfase van een project gaat vergezeld van: een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen: een beschrijving van de in kaart gebrachte en afgewogen alternatieven; de beslissing waarin het voorkeursalternatief is vastgelegd; een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de totstandkoming van het voorkeursalternatief; een beschrijving of er naast PAGW-doelen ook andere doelen of kansen in het voorkeursalternatief worden meegenomen; een beschrijving van de verwachte effecten en het verwachte doelbereik van het voorkeursalternatief; Een raming van de kosten van het voorkeursalternatief; het milieueffectrapport, indien in de verkenningsfase een milieueffectrapportage heeft plaatsgevonden; een beschrijving van de wijze waarop het voorkeursalternatief nader wordt uitgewerkt; een omschrijving van de activiteiten waarvoor de rijksbijdrage wordt aangevraagd; een planning van de nadere uitwerking en realisatie van het voorkeursalternatief; een overzicht van de door belanghebbende partijen gereserveerde budgetten voor de planuitwerkingsfase, realisatiefase en fase na realisatie, indien die beschikbaar is; een raming van de kosten van een monitoringsplan en een T0-rapportage; een risicoanalyse inclusief een beschrijving van de beheersmaatregelen voor de belangrijkste risico’s, een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s; en een omschrijving van de resultaten waartoe de planuitwerkingsfase moet leiden; een raming van de kosten die in de planuitwerkingsfase in aanmerking komen voor een rijksbijdrage, overeenkomstig artikel 4, zesde lid; de hoogte van de kosten waarvoor de rijksbijdrage wordt aangevraagd; en de vermelding of voor een deel van de kosten waarvoor de rijksbijdrage wordt aangevraagd reeds een rijksbijdrage is verleend op basis van deze regeling of waarvoor reeds een andere bijdrage ten laste van de rijksbegroting is verleend en, indien de aanvrager een provincie of gemeente is, een opgave van de omzetbelasting die op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds compensabel is. 5. De aanvraag van een rijksbijdrage voor de realisatiefase van een project gaat vergezeld van: een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen: een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de nadere uitwerking van het voorkeursalternatief; de nadere uitwerking van het voorkeursalternatief; een beschrijving van de wijze waarop het voorkeursalternatief wordt gerealiseerd en van de resultaten van de realisatiefase; een beschrijving of er naast PAGW-doelen ook andere doelen of kansen in de nadere uitwerking van het voorkeursalternatief worden meegenomen; een beschrijving van de verwachte effecten en het verwachte doelbereik van de nadere uitwerking van het voorkeursalternatief; het milieueffectrapport, indien in de planuitwerkingsfase een milieueffectrapportage heeft plaatsgevonden; de planning van de realisatie van het voorkeursalternatief; de T0-rapportage; de planning van de monitoring in de realisatiefase; de planning van de monitoring en evaluatie in de fase na realisatie; een overzicht van de door belanghebbende partijen gereserveerde budgetten voor de realisatiefase en de fase na realisatie, indien die beschikbaar is; het besluit van het bevoegde bestuursorgaan tot de realisatie van het project, waaruit blijkt dat de kosten voor realisatie en de kosten voor het beheer en onderhoud zijn gereserveerd in zijn meerjarige begroting; een omschrijving van de activiteiten waarvoor de rijksbijdrage wordt aangevraagd; en een risicoanalyse inclusief een beschrijving van de beheersmaatregelen voor de belangrijkste risico’s, een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s; een raming van de kosten die in de realisatiefase in aanmerking komen voor een rijksbijdrage overeenkomstig artikel 4, zevende lid; de hoogte van de kosten waarvoor de rijksbijdrage wordt aangevraagd; een raming van de kosten in de fase na realisatie, overeenkomstig artikel 4, zevende lid; en de vermelding of voor een deel van de kosten waarvoor de rijksbijdrage wordt aangevraagd reeds een rijksbijdrage is verleend op basis van deze regeling of waarvoor reeds een andere bijdrage ten laste van de rijksbegroting is verleend en, indien de aanvrager een provincie of gemeente is, een opgave van de omzetbelasting die op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds compensabel is. 6. De aanvraag voor een rijksbijdrage in de fase na realisatie van een project gaat vergezeld van: een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen: een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de realisatiefase; vermelding van wanneer het project is gerealiseerd; een beschrijving van de wijze waarop de fase na realisatie wordt ingevuld; een omschrijving van de activiteiten waarvoor de rijksbijdrage wordt aangevraagd; een planning van de fase na realisatie van het project; een overzicht van de door belanghebbende partijen gereserveerde budgetten voor de fase na realisatie, indien die beschikbaar is; een risicoanalyse inclusief een beschrijving van de beheersmaatregelen voor de belangrijkste risico’s, een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s; en een omschrijving van de resultaten waartoe de fase na realisatie moet leiden; een raming van de kosten die in de fase na realisatie in aanmerking komen voor een rijksbijdrage overeenkomstig artikel 4, zevende lid; de hoogte van de kosten waarvoor de rijksbijdrage wordt aangevraagd; en de vermelding of voor een deel van de kosten waarvoor de rijksbijdrage wordt aangevraagd reeds een rijksbijdrage is verleend op basis van deze regeling of waarvoor reeds een andere bijdrage ten laste van de rijksbegroting is verleend en, indien de aanvrager een provincie of gemeente is, een opgave van de omzetbelasting die op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds compensabel is. 7. In afwijking van het derde tot en met zesde lid, kan de minister op de aanvraag voor een rijksbijdrage beslissen dat er voldoende informatie is om de rijksbijdrage te verlenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel