Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Beleidsregelwaarden voor tariefvaststelling

Onderdeel van Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2026· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 25 maart 2026

De NZa stelt de tarieven in een tariefbeschikking vast op de bedragen zoals vermeld in artikel 13, 14 en 15 (beleidsregelwaarden). De tarieven die de NZa vaststelt op basis van deze beleidsregel zijn maximumtarieven. Een maximumtarief is een tarief dat ten hoogste in rekening mag worden gebracht. Bij het maken van productieafspraken kunnen de Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor en de zorgaanbieder lagere tarieven afspreken. Een uitzondering betreft de prestaties voor bepaalde postcodegebieden waarin zorglevering duurder is dan in andere gebieden. Die prestaties zijn beschreven in artikel 6, derde lid. Daarvoor geldt een bandbreedtetarief: een bedrag dat ligt tussen of gelijk is aan het bedrag dat ten minste en het bedrag dat ten hoogste als tarief in rekening mag worden gebracht. Het gedeelte van 0 tot en met de laagste bandbreedte, het minimumtarief, is dus niet onderhandelbaar. Het gedeelte van het minimum tot de hoogste bandbreedte, het maximumtarief, is wel onderhandelbaar. De Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor en de zorgaanbieder kunnen in zoverre dus lagere tarieven afspreken. Voor zover de aanvaardbare kosten bestaan uit zzp’s of vpt’s, dan worden die bepaald door de gehonoreerde productieafspraak met betrekking tot de prestaties en beleidsregelwaarden zoals vermeld in deze beleidsregel. Voor de opbouw van de zzp- en vpt-beleidsregelwaarden voor ggz-wonen exclusief behandeling en ghz wordt verwezen naar het document ‘Verantwoordingsdocument langdurige zorg 2022–2026 ’. Voor de opbouw van de zzp- en vpt-beleidsregelwaarden voor vv4 t/m 10 wordt verwezen naar het document ‘Tariefberekening zzp en vpt 4 t/m 10 – Beleidsregelwaarden 2020 en indicatieve berekening kwaliteitstoeslagen 2021’ en bijlage 9 ‘Indicatieve tarieven verpleeghuiszorg 2022’ van beleidsregel BR/REG 21118d. Voor de opbouw van de zzp-beleidsregelwaarden voor ggz-wonen en ggz-b inclusief behandeling wordt verwezen naar het document ‘Verantwoordingsdocument kostprijsonderzoek ggz en fz 2024’. Bij het bepalen van beleidsregelwaarden houdt de NZa rekening met de aanwijzing van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) van 7 juli 2025, kenmerk 4148261-1084926-PZO, op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidzorg, inzake tariefmaatregel samenhangend met Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg. Het is mogelijk om een vpt, zzp vv of zzp ghz exclusief behandeling af te spreken en in rekening te brengen in combinatie met de behandelprestaties die vermeld zijn in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg. Deze behandelprestaties kunnen worden toegekend voor zover de totale kosten (beleidsregelwaarde zzp exclusief behandeling + uitgaven afzonderlijke behandelprestaties) daarvan niet de maximale beleidsregelwaarde voor zzp inclusief behandeling overschrijdt. Voor de zzp’s en vpt’s 1 en 2 is er geen prestatie inclusief behandeling. Voor deze zzp’s/vpt’s kunnen de behandelprestaties uit de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg worden toegekend tot maximaal het verschil tussen zzp-/vpt-3 inclusief behandeling en zzp-/vpt-3 exclusief behandeling. Voor ggz wonen is het mogelijk een zzp inclusief of exclusief behandeling af te spreken. Uitgangspunt hierbij is dat een zzp inclusief behandeling wordt afgesproken, tenzij hier om inhoudelijke redenen voor een cliënt van afgeweken moet worden. Een vpt kan enkel exclusief behandeling worden afgesproken. Bij een zzp inclusief behandeling zijn alle onderdelen van zorg opgenomen in de prestaties en daarbij behorende beleidsregelwaarden: woonzorg, specifieke behandeling, ggz-behandeling en algemeen medische zorg. De prestaties met daarbij behorende beleidsregelwaarden van een zzp exclusief behandeling of vpt exclusief behandeling betreffen de woonzorg. Het is mogelijk een zzp of vpt exclusief behandeling af te spreken en in rekening te brengen in combinatie met de behandelprestaties voor specifieke behandeling die vermeld zijn in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg. Behandelprestaties voor ggz-behandeling en algemeen medische zorg gaan bij een zzp exclusief behandeling of vpt exclusief behandeling ten laste van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Bij sommige vpt’s en zzp’s is sprake van een integraal pakket waarbij de dagbesteding niet afzonderlijk kan worden afgesproken. Bij andere vpt’s en zzp’s is het mogelijk om de componenten dagbesteding en woonzorg afzonderlijk af te spreken. Voor de cliënten die zijn aangewezen op een zzp vv, zzp lvg of zzp sglvg-1 is de component dagbesteding een onlosmakelijk onderdeel van het zzp. De dagbesteding kan voor deze prestaties niet apart afgesproken worden. Voor cliënten die zijn aangewezen op een zzp ggz-b inclusief dagbesteding geldt dat de component dagbesteding een onlosmakelijk onderdeel is van het zzp. De dagbesteding voor deze cliëntengroep kan niet apart afgesproken worden. Cliënten kunnen ook aangewezen zijn op een zzp ggz-b exclusief dagbesteding indien ze geen dagbesteding behoeven. Voor cliënten die zijn aangewezen zijn op een zzp ggz-wonen, zzp vg, zzp lg of zzp zg is de component dagbesteding niet een onlosmakelijk onderdeel van de zzp-prestatie. Er is sprake van: zzp’s exclusief dagbesteding waarvan de tarieven in artikel 13, derde lid staan; zzp’s inclusief dagbesteding waarvan de tarieven in artikel 13, derde lid staan; afzonderlijke dagbestedingsprestaties waarvan de tarieven in artikel 13, vijfde lid staan. Het aantal afzonderlijke dagdelen dagbesteding dat wordt afgesproken moet passen binnen de zzp-prestatie of vpt-prestatie die past bij de indicatie van de cliënt. Een toeslag op de dagbesteding van kinderen mag tot een kalenderleeftijd van 18 jaar worden afgesproken. Een cliënt heeft op grond van de Wlz aanspraak op vervoer naar en van de dagbesteding/dagbehandeling wanneer deze cliënt hier redelijkerwijs op is aangewezen. In dat geval kan per aanwezigheidsdag waarop vervoer naar dagbesteding (begeleiding in groepsverband)/dagbehandeling plaatsvindt, een vergoeding voor vervoer worden afgesproken. Deze vergoeding per dag is voor het vervoer van en naar de locatie waar de dagbesteding of dagbehandeling wordt aangeboden. Dit onderdeel is van toepassing op de volgende cliëntgroepen: Cliënten die zijn geïndiceerd voor of aangewezen op een zzp vg, lg, zg of een bij deze zzp’s passend profiel op grond van de Regeling langdurige zorg en die dagbesteding/dagbehandeling ontvangen. Cliënten die zijn geïndiceerd voor of aangewezen op een zzp lvg of sglvg of een bij deze zzp’s passend profiel op grond van de Regeling langdurige zorg en die dagbesteding /dagbehandeling ontvangen. Cliënten die zijn geïndiceerd voor of aangewezen op een zzp ggz-b of ggz wonen of een bij deze zzp’s passend profiel op grond van de Regeling langdurige zorg en die dagbesteding/dagbehandeling ontvangen. Cliënten die zijn geïndiceerd voor of aangewezen op een zzp vv of een bij deze zzp’s passend profiel op grond van de Regeling langdurige zorg én die dagbesteding/dagbehandeling behoeven op afstand van de verblijfslocatie waarbij het vervoer om medische redenen noodzakelijk is. De beleidsregelwaarden behorend bij vervoer bij dagbesteding/dagbehandeling zijn opgenomen in artikel 13, zesde lid (zzp) en artikel 15, vijfde lid (vpt) van deze beleidsregel. Hierbij wordt ook een onderscheid gemaakt in de verblijfsplaats van de cliënt. Voor het vervoer van cliënten met een zzp die de dagbesteding van dezelfde zorgaanbieder krijgen als het verblijf gelden Z-codes. Voor het vervoer van cliënten die de dagbesteding niet van dezelfde zorgaanbieder krijgen als het verblijf gelden H-codes. De prestatiebeschrijving vervoer is opgenomen in artikel 6, vierde lid, onder 9. Er zijn aparte prestaties voor het vervoer van: cliënten met een zzp/vpt vg, lg, zg, lvg en sglvg; cliënten met een zzp/vpt vv; cliënten met een zzp ggz-b; cliënten met een zzp ggz wonen. De vervoersprestaties voor cliënten in de gehandicaptenzorg zijn gebaseerd op een aantal cliëntkenmerken (het onderscheid tussen individueel vervoer en vervoer in groep, kind en volwassene, rolstoelgebonden en niet-rolstoelgebonden cliënten,) en een aantal vervoerskenmerken (gecontracteerd vervoer, eigen vervoermiddel zorgaanbieder/ouder/vrijwilliger, eigen vervoermiddel cliënt, openbaar vervoer). Daarnaast is in de prestatie-indeling rekening gehouden met de postcode-afstand tussen de verblijfplaats van de cliënt en de plek waar de cliënt de dagbesteding/behandeling ontvangt. De tabel in artikel 6, vierde lid, onder 9 geeft aan in welke prestatiecategorie een cliënt valt. Het gecontracteerde vervoer betreft het vervoer dat wordt geleverd door een professionele vervoerder (taxi-vervoer) waarmee de zorgaanbieder een contract heeft afgesloten. Het niet-gecontracteerde vervoer betreft alle overige vormen van vervoer, waaronder vervoer met vervoersmiddelen die eigendom zijn van de zorgaanbieder of een aan de zorgaanbieder gelieerde onderneming. Zorgaanbieders in de gehandicaptenzorg en zorgkantoor hebben de mogelijkheid om in individuele gevallen af te wijken van de van toepassing zijnde categorie. Dit kan om twee redenen: Meer maatwerk In de praktijk blijkt dat de vervoerskosten per instelling sterk verschillen. Met de huidige indeling in zeven prestatiecategorieën wordt beter aangesloten bij de verschillen. Er kunnen echter situaties zijn dat het tarief voor de toepasbare categorie te hoog of te laag is. Indien er een structurele noodzaak is, kunnen zorgaanbieder en zorgkantoor in gezamenlijk overleg afwijken van de vastgestelde categorie-indeling zoals in de tabel in de toelichting staat weergegeven. Met deze vrijheid om in afstemming met het zorgkantoor cliënten in een andere categorie te plaatsen, kan de vergoeding nog beter aansluiten bij de situatie van individuele zorgaanbieders. Een overeengekomen afwijking moet beargumenteerd worden vastgelegd. Minder administratie bij wisselende afstanden of vervoermiddelen Om tegemoet te komen aan zorgaanbieders die administratieve last ervaren bij wisselende vervoersafstanden of wisselend gebruik van verschillende vervoermiddelen, kunnen zorgaanbieders de volgende werkwijze hanteren: bij wisselende vervoersafstanden het adres waar de cliënt geregistreerd staat (als verblijfsadres), of de dagbestedingslocatie waar de cliënt in de meeste gevallen naar toe gaat, of een gemiddelde afstand als uitgangspunt te nemen, en de categorie die daarbij hoort standaard te declareren, in plaats van de verschillen in afstanden tussen dagen/weken steeds in de administratie bij te houden; bij wisselende manieren van vervoer als uitgangspunt voor declaratie de wijze van vervoer te nemen zoals cliënt in de meeste gevallen reist, in plaats van de wijze van vervoer steeds in de administratie te moeten aanpassen. Een zorgaanbieder moet het wel vastleggen wanneer hij deze werkwijze hanteert. Voor het vervoer van cliënten in de sector vv wordt aangesloten bij twee prestatiecategorieën uit de tabel in artikel 6, vierde lid, onder i. Er zijn aparte prestatiecodes voor vervoer in de vv. In de vv zijn de categorieën C0 en C1 van toepassing. C0 is voor niet-gecontracteerd vervoer. Hieronder vallen bijvoorbeeld eigen vervoermiddel en openbaar vervoer. C1 is in de vv voor alle gecontracteerd vervoer, zowel voor niet-rolstoelgebonden als rolstoelgebonden cliënten. De vervoersprestaties voor cliënten ggz wonen sluiten aan bij de vervoersprestaties voor cliënten in de gehandicaptenzorg, zoals hierboven beschreven. Wel zijn er aparte prestatiecodes voor de vervoersprestaties voor cliënten ggz wonen. Op basis van de tabel Prestatiecategorieën vervoer dagbesteding/dagbehandeling ghz/ggz wonen in artikel 6, vierde lid, onder i, kan ook voor de doelgroep ggz wonen bepaald worden in welke prestatiecategorie een cliënt valt. Het is mogelijk om een logeerprestatie te combineren met behandelprestaties, voor zover behandeling niet is meegenomen in de logeerprestatie. Ook is het mogelijk dagbestedingsprestaties te leveren in combinatie met een logeerprestatie wanneer de cliënt behoefte heeft aan dagbesteding gedurende het logeren. De behandel- en dagbestedingsprestaties zijn vermeld in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg. Geen van de toeslagen genoemd in artikel 7 van deze beleidsregel mag in combinatie met een logeerprestatie in rekening worden gebracht. Er is een prestatiebeschrijving logeren voor vv, vg, zg, lg, lvg en ggz wonen, en een prestatiebeschrijving logeren voor cliënten met een zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperking (zevmb). De prestatiebeschrijvingen zijn opgenomen in artikel 6, vierde lid, onder 7 en h van deze beleidsregel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel