Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Educatief consortium en samenwerkingsovereenkomst

Onderdeel van Subsidieregeling co-creatielabs NAPL· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 5 mei 2026

1. Een educatief consortium bestaat in ieder geval uit een penvoerder, en ten minste één penvoerder van een onderwijsregio, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Subsidieregeling Landelijk dekkend netwerk onderwijsregio’s. 2. In aanvulling op de in het eerste lid bedoelde partijen kunnen ook private opleiders die opgenomen zijn in de aanbodanalyse en passen bij één of meerdere ontwikkelpaden, en hogeronderwijsinstellingen die een lerarenopleiding verzorgen, deelnemen aan het educatief consortium. 3. De samenwerking tussen de penvoerder en de overige deelnemende partijen van een educatief consortium wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. 4. De samenwerkingsovereenkomst wordt ondertekend door tekenbevoegd gezag van deelnemende partijen aan het desbetreffend educatief consortium. 5. In de samenwerkingsovereenkomst is in elk geval vastgelegd: de beoogde start- en einddatum van de samenwerking die ten minste de subsidieperiode, bedoeld in artikel 14, onderdeel a, omvat; dat de penvoerder gemachtigd is om als penvoerder namens het educatief consortium op te treden; wat elke partij in het educatief consortium inhoudelijk en organisatorisch bijdraagt aan de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, waarvoor subsidie wordt gevraagd; hoe het aangevraagde subsidiebedrag tussen de partijen van het educatief consortium wordt verdeeld; dat elke partij toestemming geeft voor het indienen van de stukken, bedoeld in artikel 7, vierde en vijfde lid; dat alle partijen in het educatief consortium medewerking verlenen aan de verantwoording van de subsidie en aan de nakoming van de aan de subsidie verbonden verplichtingen, en dat alle gegevens die daarvoor noodzakelijk zijn op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt; en dat alle partijen in het educatief consortium alle resultaten van de gesubsidieerde activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, voor eenieder zonder onderscheid kosteloos toegankelijk maken en zij hiervoor de standaardlicentie CC-BY-SA, versie 4.0 van Creative Commons kunnen hanteren. 6. Voor de samenwerkingsovereenkomst wordt gebruik gemaakt van het format dat daartoe op de website van DUS-I beschikbaar wordt gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel