Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Te subsidiëren activiteiten

Onderdeel van Subsidieregeling co-creatielabs NAPL· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 5 mei 2026

1. De minister kan aan een penvoerder als bedoeld in artikel 5 subsidie verstrekken voor: het inrichten van een co-creatielab waarin leerarrangementen worden ontwikkeld, getest en geëvalueerd en waarin bestaande leerarrangementen op de in bijlage 3 genoemde kwaliteitscriteria worden getoetst, waarbij de activiteiten in het co-creatielab betrekking hebben op de in bijlage 2 opgenomen ontwikkelpaden en de sectoren voor zover relevant naar aanleiding van de vraagarticulatie en aanbodanalyse; en het voor eenieder kosteloos toegankelijk maken van ontwikkelde en getoetste leerarrangementen als bedoeld in onderdeel a en de overige kennis die door uitvoering van de in onderdeel a bedoelde activiteiten is opgedaan: via een digitaal platform; en binnen het educatief consortium en met andere educatieve consortia door middel van deelname aan minimaal drie door de Realisatie-Eenheid te organiseren bijeenkomsten; en het verrichten van onderzoek dat bijdraagt aan kennisdeling als bedoeld onder b, en dat aansluit bij een landelijk onderzoek naar het functioneren van co-creatielabs. 2. Het co-creatielab bestaat in ieder geval uit: één of meer leraren; en één of meer lerarenopleidingen; en één of meerdere werkgevers, die kunnen bestaan uit schoolbesturen, schoolleiders en personen die op de desbetreffende vestiging van een mbo-instelling als directeur werkzaam zijn, voor zover dit blijkt uit de vraagarticulatie en de aanbodanalyse; en eventueel één of meer private opleiders. 3. Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor: het verrichten van vraagarticulatie en aanbodanalyse voorafgaand aan de aanvraag; het verrichten van activiteiten waarvoor de minister reeds uit anderen hoofde subsidie heeft verstrekt; het verrichten van activiteiten die reeds worden bekostigd uit de rijksbijdrage voor scholen of hogeronderwijsinstellingen; en de deelname van leraren aan professionaliseringstrajecten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel