Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Verlening specifieke uitkering

Onderdeel van Tijdelijke regeling specifieke uitkering woningbouw en mobiliteit· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

1. De minister besluit binnen dertien weken na ontvangst op een aanvraag. 2. Een besluit tot verlening van een specifieke uitkering vermeldt in ieder geval: de bovenplanse infrastructurele voorzieningen bij de woningbouwlocatie of per groep van woningbouwlocaties waarvoor een specifieke uitkering wordt verleend; het aantal te realiseren woningen; het bedrag van de specifieke uitkering per bovenplanse infrastructurele voorziening en in totaal; de wijze waarop het bedrag van de specifieke uitkering is bepaald; het voorschot en de wijze van uitkering, bedoeld in artikel 12, eerste en tweede lid; het bedrag dat betrekking heeft op de compensabele omzetbelasting en dat wordt toegevoegd aan het BTW-compensatiefonds; het voorziene resterende tekort per woningbouwlocatie of per groep van woningbouwlocaties; het percentage van het bedrag van de specifieke uitkering in het voorziene resterende tekort per woningbouwlocatie of per groep van woningbouwlocaties; en de data, bedoeld in artikel 13, eerste, derde, vierde en vijfde lid. 3. De minister kan in het besluit, bedoeld in het tweede lid, nadere voorwaarden aan de specifieke uitkering verbinden. 4. De bedragen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, zijn de bedragen exclusief verrekenbare en compensabele btw en zijn op basis van het prijspeil op het moment dat het bestuurlijk overleg heeft plaatsgevonden waarin de afspraak in de afsprakenlijst is opgenomen. 5. Indien een beschikking niet binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met eenzelfde termijn worden verlengd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel