Artikel 57, eerste lid, onderdeel a Woningwet bepaalt dat de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (de minister) aan een toegelaten instelling subsidie kan verstrekken ten behoeve van de financiële sanering van de toegelaten instelling. De regels met betrekking tot deze subsidie zijn nader uitgewerkt in het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘Btiv’). De wet biedt de mogelijkheid om deze saneringstaak te mandateren aan de borgingsvoorziening (artikel 59, tweede lid Woningwet). Met het Besluit mandatering Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw financiële sanering toegelaten instellingen is de saneringstaak aan de directie van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (‘WSW; hierna ook: de saneerder’) gemandateerd. In dit mandaatbesluit is opgenomen dat WSW beleidsregels met betrekking tot deze gemandateerde taak na voorafgaande instemming van de minister kan vaststellen en op de volgende vier onderwerpen beleidsregels moet vaststellen:
Heffing en kwijtschelding van de saneringsbijdrage;
Het moment waarop een toegelaten instelling in aanmerking kan komen voor sanering;
De door WSW te hanteren termijnen ten behoeve van de saneringsaanvraag en beoordeling.
In 2019 is het saneringskader voor toegelaten instellingen geëvalueerd. Op basis daarvan is een voorstel tot wijziging van de Woningwet en wijziging van het Btiv in verband met de aanpassing van het saneringskader vormgegeven. De gewijzigde Woningwet en het gewijzigde Btiv zijn per 1 juli 2024 in werking getreden.
Dit besluit heeft betrekking op de drie onderwerpen waarover beleidsregels moeten worden vastgesteld en gaat tevens in op de beoordeling van een aanvraag tot saneringssubsidie.
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Beleidsregels financiële sanering toegelaten instellingen 2024· Wonen, onroerend goed, bouwrecht
Deze tekst geldt sinds 7 juli 2026