**1.** De constanten en waarde, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het besluit, betreffen de volgende gegevens:
de constanten C1, lengte, C2, lengte en C3, lengte van de regressieformule gemiddelde lengte voor berekening van de gemiddelde lengte, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder a;
de constanten C1, verbruik, C2, verbruik en C3, verbruik van de regressieformule gemiddeld energieverbruik, voor berekening van het relatieve deel van de referentiewaarde, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder d;
de waarde verbruiktotaal gem. voor het totaal gemiddelde verbruik, zijnde het absolute deel van de referentiewaarde, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder e.
**2.** De constanten en waarde, bedoeld in het eerste lid, worden berekend op basis van de gegevens van nieuwe personenauto’s die zijn verkocht in de drie kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin de constanten en waarden worden vastgesteld, waarbij geldt dat bij die berekening de modellen met een lengte x breedte groter dan 11 m2 buiten beschouwing worden gelaten.
**3.** De constanten C1, lengte, C2, lengte, C3, lengte van de regressieformule gemiddelde lengte, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden berekend met behulp van de kleinste-kwadraten-methode op basis van de lengte, de breedte en de aantallen verkochte nieuwe personenauto’s.
**4.** De constanten C1, verbruik, C2, verbruik en C3, verbruik van deregressieformule gemiddeld energieverbruik, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden berekend met behulp van de kleinste-kwadraten-methode op basis van de vergelijkingswaarden voor het energieverbruik en de aantallen verkochte nieuwe personenauto’s, waarbij de vergelijkingswaarde als volgt wordt berekend:
voor elektrische personenauto’s:
vergelijkingswaarde = 5 x stroomverbruik in [kWh/100 km];
voor benzineauto’s en dieselauto’s:
vergelijkingswaarde = CO2-uitstoot in [g/km];
voor plug-in hybride personenauto’s:
vergelijkingswaarde = 5 x stroomverbruik in [kWh/100 km] + CO2-uistoot in [g/km];
voor waterstof personenauto’s:
vergelijkingswaarde = 100 x waterstofverbruik in [kg/100 km].
**5.** Voor respectievelijk elektrische personenauto’s, personenauto’s met benzine of diesel als brandstof, plug-in hybride personenauto’s en indien mogelijk waterstof personenauto’s worden aparte regressieformules gemiddeld energieverbruik afgeleid, waarna de regressieformule gemiddeld energieverbruik wordt gevonden als het naar verkoopaantallen gewogen gemiddelde van de regressielijnen voor voornoemde categorieën personenauto’s afzonderlijk.
**6.** De waarde verbruiktotaal gem. voor het totaal gemiddeld energieverbruik, bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt gevonden als het gemiddelde van de vergelijkingswaarden voor het energieverbruik, bedoeld in het vierde lid, van alle verkochte nieuwe personenauto’s.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Regeling relatieve energiezuinigheid personenauto’s 2027· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2027