**1.** De Minister verleent voor de activiteiten, genoemd in het vierde lid, niet de rechten, genoemd in het vierde lid, indien het verlenen van deze rechten leidt tot een uitbreiding van de visserijactiviteiten in het betreffende gebied.
**2.** De volgende activiteiten worden niet aangemerkt als een uitbreiding van de visserijactiviteiten als bedoeld in het eerste lid:
het vervangen van het vistuig door degene die rechten heeft voor het vissen op schelpdieren in het betrokken gebied; of
activiteiten die volledig gecompenseerd worden doordat de aanvrager andere activiteiten betreffende het vissen op schelpdieren van gelijke omvang in hetzelfde gebied beëindigt en de Minister de rechten voor deze activiteiten intrekt.
**3.** In afwijking van het eerste lid kan de Minister voor de activiteiten, genoemd in het vierde lid, onderdelen a, d en g, de rechten, genoemd in deze onderdelen verlenen, indien de activiteit een experiment is als bedoeld in de artikelen 5 en 6.
**4.** De rechten en activiteiten, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, zijn:
een ontheffing of vrijstelling op grond van artikel 6d, eerste lid, van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 of een vergunning als bedoeld in artikel 36, eerste lid van de Uitvoeringsregeling Visserij voor het vissen van mosselen op de bodem;
een ontheffing of vrijstelling op grond van artikel 6d, eerste lid, van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 of een vergunning als bedoeld in artikel 77a van de Uitvoeringsregeling Visserij voor mosselzaadinvanginstallaties, als daardoor het aantal hectares wordt overschreden dat de Minister hiervoor op grond van artikel 77d van de Uitvoeringsregeling visserij heeft aangewezen in de Waddenzee, Oosterschelde en Voordelta;
een schriftelijke toestemming als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet, en een visrecht als bedoeld in paragraaf 5 van hoofdstuk V van de Wet, voor het uitzaaien van mosselen als bedoeld in artikel 45 van de Uitvoeringsregeling Visserij en het vissen van deze mosselen, als daardoor het aantal hectares wordt overschreden dat de Minister hiervoor heeft aangewezen in de Waddenzee en Oosterschelde;
een schriftelijke toestemming als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet, en een visrecht als bedoeld in paragraaf 5 van hoofdstuk V van de Wet, voor het gebruik van mosselhangculturen in de Oosterschelde;
een ontheffing of vrijstelling op grond van artikel 11 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 voor het vissen van oesters op de bodem als daardoor het aantal hectares wordt overschreden dat de Minister hiervoor heeft aangewezen in het Grevelingenmeer;
een ontheffing of vrijstelling op grond van artikel 6d, eerste lid, van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 of een vergunning als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Visserij, voor het vissen van oesters op de bodem als daardoor het aantal hectares wordt overschreden dat de Minister hiervoor heeft aangewezen in de Oosterschelde;
de rechten, genoemd in artikel 1, tweede lid, voor:
visserijactiviteiten in de Waddenzee;
het vissen op kokkels, strandschelpen, zwaardscheden en mesheften; en
visserijactiviteiten in het Grevelingen- of Veerse meer.
**5.** De Minister verleent alleen een schriftelijke toestemming als bedoeld in de artikelen 7, tweede lid, onderdeel a, en 21, tweede lid, onderdeel a, van de wet, en verhuurt alleen een visrecht als bedoeld in paragraaf 5 van hoofdstuk V van de wet, voor het vissen op schelpdieren, bedoeld in artikel 1, tweede lid, waarvoor een vergunning, vrijstelling of ontheffing nodig is, indien hij op grond van deze beleidsregel voor deze activiteit een vergunning, vrijstelling of ontheffing verleent.
§ 2
Artikel 2
Verlenen rechten voor visserij op schelpdieren
Onderdeel van Beleidsregel uitgifte rechten schelpdieren· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 16 juli 2026