Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 5

Verlenen rechten voor experimenten in Grevelingen- en Veerse meer

Onderdeel van Beleidsregel uitgifte rechten schelpdieren· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 16 juli 2026

1. De Minister verleent in het Grevelingen- of Veerse meer alleen een ontheffing als bedoeld in artikel 11 van het Reglement voor de Binnenvisserij 1985 voor een experiment betreffende het vissen op schelpdieren indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: het experiment richt zich op het ontwikkelen van, voor Nederland, nieuwe dan wel aangepaste visserij- of kweektechnieken of het uitproberen van deze technieken op nieuwe locaties; de uitkomsten van experimenten dragen bij aan nieuwe kennis over de verduurzaming van de schelpdiersector of het minimaliseren van de impact van de schelpdiervisserij op de natuurwaarden; indien het experiment zich richt op de kweek van exoten is deze in overeenstemming met Europees en nationaal recht en toont onderzoek aan dat de exoot niet schadelijk is voor het ecosysteem; de aanvrager dient een plan van aanpak in dat voldoet aan de voorwaarden gesteld in het derde lid; het experiment vergt niet meer ruimte dan strikt noodzakelijk is voor de doeleinden van het experiment; en het experiment vindt niet plaats in een gebied waar: scheepvaartroutes liggen; vaargeulbeheer plaatsvindt; zandsuppleties zijn gepland; kabels en leidingen liggen; of oefenterreinen van het Ministerie van Defensie liggen. 2. Artikel 3, tweede tot en met vierde lid, onderdeel a, zijn van overeenkomstige toepassing. In aanvulling hierop betrekt de Minister bij de beoordeling van de wenselijkheid van de voorgenomen visserijactiviteit, bedoeld in artikel 3, tweede lid, het belang van de betreffende sector bij het experiment. 3. Het plan van aanpak bevat de volgende gegevens: de onderzoeksvragen; beschrijving van de soort waarop experiment gericht is; de te verwachten resultaten gedurende de looptijd van het experiment; de locatiekeuze; de looptijd van de (deel)experimenten; het uitvoeringsplan voor de (deel)experimenten; de omgang met risico’s omtrent voedsel- en scheepvaartveiligheid; de te verwachten effecten op experimenteergebied, aangrenzende percelen en omliggende natuur; de onderbouwing hoe dit experiment bijdraagt aan de verduurzaming van de schelpdiersector; de contactgegevens van het wetenschappelijk instituut dat of de objectieve deskundige die een rapportage of evaluatie gaat uitvoeren. 4. De Minister verlengt de rechten, bedoeld in het eerste lid ambtshalve, doch ten hoogste totdat een periode van zes jaar vanaf de eerste verlening is bereikt. 5. Na de periode genoemd in het vierde lid kan de Minister de rechten, bedoeld in het eerste lid, op aanvraag verlenen als deze aanvraag een half jaar voor het aflopen van deze periode is ingediend. Bij de beslissing op de aanvraag betrekt de Minister het belang dat voortzetting van het experiment rechtvaardigt. 6. De ontheffing, bedoeld in het eerste lid, kan alleen worden verlengd of verleend voor een nieuwe periode als bedoeld in het vierde en vijfde lid indien: een evaluatie is uitgevoerd overeenkomstig het zevende lid en een rapportage is opgesteld overeenkomstig het achtste lid; de evaluatie en de rapportage gelet op de voorwaarden in het eerste lid aanleiding geven om het experiment voort te zetten. 7. Een evaluatie als bedoeld in het zesde lid voldoet aan de volgende voorwaarden: de evaluatie is gebaseerd op het plan van aanpak en de resultaten zoals bekend op het moment van de aanvraag van een nieuwe schriftelijke toestemming; de evaluatie is drie maanden voor het verlopen van de ontheffing afgerond; en de evaluatie wordt uitgevoerd door de deskundige die ook betrokken is bij de monitoring. 8. Een rapportage als bedoeld in het zesde lid wordt jaarlijks en uiterlijk een maand na het verstrijken van het jaar voorafgaand aan het betreffende jaar overgelegd en gaat ten minste in op de volgende onderdelen: ecologische impact van het experiment; en bijdrage van het experiment aan het minimaliseren van de ecologische impact van de schelpdiersector.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel