1. 1. De volgende entiteiten zijn belangrijke entiteiten:
    • - a. entiteiten, genoemd in bijlage 1 van deze wet, niet zijnde een essentiële entiteit, die in aanmerking komen als middelgrote onderneming uit hoofde van artikel 2 van de bijlage bij de Aanbeveling 2003/361/EG;
    • - b. entiteiten, genoemd in bijlage 2 van deze wet, niet zijnde een essentiële entiteit, die in aanmerking komen als middelgrote onderneming uit hoofde van artikel 2 van de bijlage bij de Aanbeveling 2003/361/EG of de in het eerste lid van laatstgenoemd artikel vastgestelde drempels voor middelgrote ondernemingen overschrijden;
    • - c. aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken, genoemd in bijlage 1 van deze wet, die in aanmerking komen als kleine of micro-onderneming uit hoofde van artikel 2 van de bijlage bij de Aanbeveling 2003/361/EG, niet zijnde een essentiële entiteit;
    • - d. aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten, genoemd in bijlage 1 van deze wet, die in aanmerking komen als kleine of micro-onderneming uit hoofde van artikel 2 van de bijlage bij de Aanbeveling 2003/361/EG, niet zijnde een essentiële entiteit;
    • - e. verleners van vertrouwensdiensten, genoemd in bijlage 1 van deze wet, die in aanmerking komen als kleine of micro-onderneming uit hoofde van artikel 2 van de bijlage bij de Aanbeveling 2003/361/EG, niet zijnde een essentiële entiteit.
  2. 2. Ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid is artikel 3, vierde lid, van de bijlage bij de Aanbeveling 2003/361/EG niet van toepassing.