De training, bedoeld in artikel 24, vijfde lid, van de wet, stelt het lid van het bestuur van de essentiële entiteit of belangrijke entiteit in staat om risico’s voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen te kunnen identificeren en de gevolgen daarvan voor de diensten die door de entiteit worden verleend te kunnen beoordelen. Ook stelt de training het lid van het bestuur van de entiteit in staat om risicobeheersmaatregelen op het gebied van cyberbeveiliging en de gevolgen daarvan voor de diensten die door de entiteit worden verleend te kunnen beoordelen.
Hoofdstuk 5
Artikel 20
(doel van de training)
Onderdeel van Cyberbeveiligingsbesluit· Informatierecht
Deze tekst geldt sinds 15 augustus 2026