Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Te laat ingediende verzoeken

Onderdeel van Besluit juridische fusie 2026· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 19 augustus 2026

Als het verzoek om toepassing van artikel 14b, derde lid, Wet Vpb 1969 na de fusie is ingediend, kan de fiscale faciliteit niet meer op grond van deze bepaling worden verleend: er wordt immers niet voldaan aan het in artikel 14b, derde lid, Wet Vpb 1969 opgenomen vereiste dat het verzoek vóór de fusie moet zijn ingediend. Voor de gevallen waarbij het verzoek om toepassing van artikel 14b, derde lid, Wet Vpb 1969 te laat is ingediend, verleen ik de inspecteur alsnog toestemming de winst behaald met of bij de juridische fusie geheel of ten dele buiten aanmerking te laten, mits voldaan is aan de volgende cumulatieve voorwaarden: Aan alle voorwaarden voor de toepassing van artikel 14b, derde lid, Wet Vpb 1969 wordt voldaan (en dus ook aan de voorwaarde dat de fusie niet in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing), met uitzondering van de voorwaarde dat het verzoek vóór de fusie moet zijn gedaan. De overdracht van de onderneming heeft bij de verdwijnende rechtspersoon of verkrijgende rechtspersoon niet geleid tot een onherroepelijk vaststaande aanslag vennootschapsbelasting die berekend is uitgaande van een belaste juridische fusie. Door het vereiste onder b. kan op een gemaakte keuze voor belaste overdracht niet meer teruggekomen worden nadat de aanslag onherroepelijk vaststaat. Dit houdt in dat als uitgegaan is van een onbelaste overdracht, nog wel een verzoek kan worden ingediend nadat de aanslag onherroepelijk vaststaat. Aan de goedkeuring worden voorwaarden verbonden die gelijk zijn aan de voorwaarden die worden gesteld bij de toepassing van artikel 14b, derde lid, Wet Vpb 1969. Ook wordt in de goedkeuring de voorwaarde opgenomen dat de verkrijgende rechtspersoon in de plaats treedt van de verdwijnende rechtspersoon en is een aanvaardingsvoorwaarde opgenomen. Voor de volledigheid merk ik op dat de goedkeuring niet vatbaar is voor bezwaar en beroep. Onderdeel van dit goedkeurend beleid voor te laat ingediende verzoeken is ook de goedkeuring met betrekking tot het fusietijdstip en terugwerkende kracht van paragraaf 4. Om in aanmerking te komen voor de goedkeuring moet de verkrijgende rechtspersoon, voor zichzelf en als rechtsopvolger van de verdwijnende rechtspersoon, een verzoek doen. Het verzoek moet worden ingediend bij de inspecteur die belast is met de aanslagregeling vennootschapsbelasting van de verkrijgende rechtspersoon. Als wordt voldaan aan de in paragraaf 8.2. onder a en b, genoemde vereisten, verleen ik de inspecteur toestemming de in paragraaf 8.2. bedoelde goedkeuring toe te passen, onder het stellen van de voorwaarden zoals opgenomen in bijlage 1 van dit besluit, aangevuld met de volgende voorwaarden7Als bijlage 1 is aangevuld met voorwaarden 14, 15 en 16 nummering voorwaarden paragraaf 8.4. dienovereenkomstig aanpassen.: De verkrijgende rechtspersoon treedt met betrekking tot al hetgeen in het kader van de overdracht is verkregen in de plaats van de verdwijnende rechtspersoon, voor zover hiervan niet bij een overigens aan deze goedkeuring verbonden voorwaarde wordt afgeweken. De verkrijgende rechtspersoon verklaart, voor zichzelf en als rechtsopvolger van de verdwijnende rechtspersoon, binnen twee maanden na dagtekening van de goedkeuring schriftelijk aan de bevoegde inspecteur dat hij instemt met deze goedkeuring en de daarbij gestelde voorwaarden. Als een verzoek om toepassing van artikel 14b, derde lid, Wet Vpb 1969 te laat is ingediend, neemt de inspecteur – voordat hij het verzoek afwijst – contact op met de indiener(s) van het verzoek en vraagt of de indiener gebruik wenst te maken van de in deze paragraaf getroffen goedkeurende regeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel