Naar hoofdinhoud

TITEL V

Artikel 15

Artikel 15

Onderdeel van Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 15 mei 1969

1. De rogatoire commissies bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5, benevens de verzoeken bedoeld in artikel 11, worden door het Ministerie van Justitie van de verzoekende Partij gericht tot het Ministerie van Justitie van de aangezochte Partij en op dezelfde wijze teruggezonden. 2. In spoedeisende gevallen kunnen de bedoelde rogatoire commissies rechtstreeks door de rechterlijke autoriteiten van de verzoekende Partij worden gericht tot de rechterlijke autoriteiten van de aangezochte Partij. Zij worden, vergezeld van de stukken die op hun uitvoering betrekking hebben, teruggezonden op de in het eerste lid van dit artikel voorziene wijze. 3. De verzoeken bedoeld in het eerste lid van artikel 13 kunnen door de rechterlijke autoriteiten rechtstreeks worden gericht tot de bevoegde dienst van de aangezochte Partij en de antwoorden kunnen door die dienst rechtstreeks worden teruggezonden. De verzoeken bedoeld in het tweede lid van artikel 13 worden door het Ministerie van Justitie van de verzoekende Partij gericht tot het Ministerie van Justitie van de aangezochte Partij. 4. Andere verzoeken om rechtshulp dan die bedoeld in het eerste lid van dit artikel en met name verzoeken om rechtshulp tijdens het opsporingsonderzoek kunnen rechtstreeks door de rechterlijke autoriteiten tot elkaar worden gericht. 5. In de gevallen waarin dit Verdrag rechtstreekse toezending toestaat, kan zulks geschieden door tussenkomst van de Internationale Politie Organisatie (Interpol). 6. Iedere Verdragsluitende Partij kan bij de ondertekening van dit Verdrag of bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging of van toetreding, door een verklaring gericht tot de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, hetzij doen weten dat alle of bepaalde verzoeken om rechtshulp tot haar dienen te worden gericht op andere wijze dan die aangegeven in dit artikel, hetzij verzoeken dat in het geval bedoeld in het tweede lid van dit artikel een afschrift van de rogatoire commissie tegelijkertijd wordt toegezonden aan haar Ministerie van Justitie. 7. Dit artikel laat onverlet de bepalingen uit bilaterale overeenkomsten of afspraken welke tussen de Verdragsluitende Partijen van kracht zijn en volgens welke rechtstreekse toezending van verzoeken om rechtshulp tussen autoriteiten van de Partijen is voorzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel