Elke burger heeft het recht en dient in de gelegenheid te worden gesteld, zonder dat het onderscheid bedoeld in artikel 2 wordt gemaakt en zonder onredelijke beperkingen:
deel te nemen aan de behandeling van openbare aangelegenheden, hetzij rechtstreeks of door middel van vrijelijk gekozen vertegenwoordigers;
te stemmen en gekozen te worden door middel van betrouwbare periodieke verkiezingen die gehouden worden krachtens algemeen en gelijkwaardig kiesrecht en bij geheime stemming, waardoor het vrijelijk tot uitdrukking brengen van de wil van de kiezers wordt verzekerd;
op algemene voet van gelijkheid te worden toegelaten tot de overheidsdiensten van zijn land.
DEEL III
Artikel 25
Artikel 25
Onderdeel van Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 11 maart 1979