Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder discriminatie aanspraak op gelijke bescherming door de wet. In dit verband verbiedt de wet discriminatie van welke aard ook en garandeert een ieder gelijke en doelmatige bescherming tegen discriminatie op welke grond ook, zoals ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status.
DEEL III
Artikel 26
Artikel 26
Onderdeel van Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 11 maart 1979