**a.** Het totaal der vergoedingen te betalen voor door een kernongeval veroorzaakte schade zal het overeenkomstig dit artikel vastgestelde maximumbedrag der aansprakelijkheid niet overschrijden.
**b.** Het maximumbedrag waarvoor de exploitant aansprakelijk is in verband met door een kernongeval veroorzaakte schade bedraagt 15.000.000 bijzondere trekkingsrechten zoals deze door het Internationale Monetaire Fonds zijn omschreven en door dit Fonds worden gebruikt voor zijn eigen verrichtingen en transacties (hierna te noemen „bijzondere trekkingsrechten").
Evenwel,
kan een Verdragsluitende Partij met inachtneming van de mogelijkheden welke de exploitant heeft om de ingevolge artikel 10 vereiste verzekering af te sluiten of andere financiële zekerheid te verkrijgen, bij de wet een hoger of lager bedrag vaststellen;
kan een Verdragsluitende Partij gelet op de aard van de desbetreffende kerninstallatie of van de desbetreffende nucleaire stoffen alsmede op de te verwachten gevolgen van een ongeval waarbij deze betrokken zijn, een lager bedrag vaststellen,
met dien verstande, dat de aldus vastgestelde bedragen in geen geval lager mogen zijn dan 5.000.000 bijzondere trekkingsrechten. De bovengenoemde bedragen mogen worden omgerekend in de nationale munteenheid in ronde bedragen.
**c.** De vergoeding van de schade veroorzaakt aan het vervoermiddel waarin de desbetreffende nucleaire stoffen zich bevinden op het ogenblik van het kernongeval, mag niet ten gevolge hebben dat de aansprakelijkheid van de exploitant voor de andere schade wordt teruggebracht tot een bedrag dat lager is dan 5.000.000 bijzondere trekkingsrechten of dat lager is dan het hogere bedrag dat door een Verdragsluitende Partij bij de wet is vastgesteld.
**d.** Het overeenkomstig lid (b) van dit artikel vastgestelde bedrag waarvoor exploitanten van kerninstallaties op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij aansprakelijk zijn, alsmede de wettelijke bepalingen van een Verdragsluitende Partij als bedoeld in lid (c) van dit artikel, zijn van toepassing op de aansprakelijkheid van genoemde exploitanten, ongeacht waar het kernongeval zich voordoet.
**e.** Iedere Verdragsluitende Partij kan de doorvoer van nucleaire stoffen over haar grondgebied afhankelijk stellen van de voorwaarde dat het maximumbedrag waarvoor de betrokken buitenlandse exploitant aansprakelijk is, wordt verhoogd indien zij van mening is dat dit bedrag de risico's van een kernongeval tijdens de doorvoer niet voldoende dekt, met dien verstande dat het aldus verhoogde maximumbedrag niet meer zal bedragen dan het maximumbedrag waarvoor de exploitanten van op haar grondgebied gelegen kerninstallaties aansprakelijk zijn.
**f.** De bepalingen van lid (e) van dit artikel zijn niet van toepassing op:
zeevervoer in de gevallen waarin het internationale recht voorziet in het recht de havens van een zodanige Verdragsluitende Partij bij dreigend gevaar binnen te varen, of in het recht van onschuldige doorvaart door haar grondgebied, of
luchtvervoer in de gevallen waarin, krachtens een overeenkomst of krachtens het internationale recht, het recht bestaat over het grondgebied van een zodanige Verdragsluitende Partij te vliegen of er te landen.
**g.** Alle kosten en interesten welke door de rechter naar aanleiding van een rechtsvordering tot schadevergoeding krachtens dit Verdrag worden toegewezen, worden niet beschouwd als schadevergoeding in de zin van dit Verdrag en zijn door de exploitant verschuldigd boven het bedrag waarvoor hij overeenkomstig dit artikel aansprakelijk is.
Betreft de Nederlandse tekst van het Verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, zoals laatstelijk gewijzigd door het Protocol houdende wijziging van het Verdrag van 29 juli 1960 inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, Trb. 1983, 80.
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 28 december 1979