**a.** Het recht op schadevergoeding krachtens dit Verdrag vervalt indien niet binnen tien jaar na de datum van het kernongeval een rechtsvordering is ingesteld. De nationale wetgeving kan evenwel een langere termijn dan tien jaar vaststellen indien de Verdragsluitende Partij op wier grondgebied de kerninstallatie van de aansprakelijke exploitant is gelegen, maatregelen heeft genomen om de aansprakelijkheid van die exploitant te dekken met betrekking tot alle rechtsvorderingen voor schadevergoeding welke zijn ingesteld tijdens de verlengingstermijn na het verstrijken van de termijn van tien jaar: een dergelijke verlenging van de vervaltermijn zal echter in elk geval onverlet laten het recht op schadevergoeding krachtens dit Verdrag van een ieder die een rechtsvordering tegen de exploitant vóór het verstrijken van de termijn van tien jaar heeft ingesteld terzake van schade aan personen.
**b.** In het geval van schade veroorzaakt door een kernongeval waarbij splijtstoffen of radioactieve produkten of afvalstoffen betrokken zijn die ten tijde van het ongeval zijn gestolen, verloren, geworpen of verlaten en niet opnieuw in bezit zijn genomen, wordt de overeenkomstig lid (a) van dit artikel vastgestelde termijn gerekend van de datum, waarop dit kernongeval plaats vond; deze termijn mag echter in geen geval langer zijn dan twintig jaar te rekenen van de datum van de diefstal, het verlies, de werping of het verlaten.
**c.** Bij nationale wet kan een termijn van tenminste twee jaar worden vastgesteld als verval- of verjaringstermijn, ingaande op de dag, waarop de persoon die schade heeft geleden kennis draagt of redelijkerwijze geacht kan worden kennis te dragen van de schade en van de aansprakelijke exploitant, met dien verstande dat de overeenkomstig de leden (a) en (b) van dit artikel vastgestelde termijn niet zal worden overschreden.
**d.** In de gevallen waarin de bepalingen van artikel 13 (c) (ii) van toepassing zijn, vervalt het recht op schadevergoeding echter niet, indien binnen de in de leden (a), (b) en (c) van dit artikel gestelde termijn:
vóór de aanwijzing door het Tribunaal, bedoeld in artikel 17, een rechtsvordering is ingesteld bij één van de rechters, uit wie het Tribunaal een keuze kan doen; indien het Tribunaal beslist dat de bevoegde rechter een andere is dan die waarbij een zodanige rechtsvordering reeds is ingesteld, kan het Tribunaal een termijn vaststellen waarbinnen een zodanige rechtsvordering bij de aldus aangewezen bevoegde rechter moet worden ingesteld, of
tot een betrokken Verdragsluitende Partij een verzoek is gericht de aanwijzing van een bevoegde rechter door het Tribunaal overeenkomstig artikel 13 (c) (ii), uit te lokken en na zodanige aanwijzing een rechtsvordering wordt ingesteld binnen de door het Tribunaal vast te stellen termijn.
**e.** Tenzij het nationale recht voorziet in het tegendeel, kan een ieder die schade heeft geleden tengevolge van een kernongeval en die binnen de bij dit artikel vastgestelde termijn een rechtsvordering tot schadevergoeding heeft ingesteld, zijn eis in verband met toeneming van de schade na het verstrijken van die termijn wijzigen, mits de bevoegde rechter nog geen einduitspraak heeft gedaan.
Betreft de Nederlandse tekst van het Verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, zoals laatstelijk gewijzigd door het Protocol houdende wijziging van het Verdrag van 29 juli 1960 inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, Trb. 1983, 80.
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 28 december 1979