Naar hoofdinhoud

Artikel 18

Doortocht

Onderdeel van Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 15 september 1983

1. Elk van beide Verdragsluitende Partijen kan aan de andere Verdragsluitende Partij de doortocht door zijn grondgebied toestaan van een door een derde Staat overgeleverde persoon. De Verdragsluitende Partij die de doortocht verzoekt, dient de in artikel 11, tweede lid, vermelde gegevens te verstrekken langs de in dat artikel voorziene wegen. Een zodanige toestemming is niet vereist in geval van vervoer door de lucht, waarbij geen landing op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij is voorzien. 2. Indien een onvoorziene landing op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij plaatsvindt, is op de doortocht het bepaalde in het eerste lid van toepassing. Die Verdragsluitende Partij kan de over te leveren persoon gedurende 96 uur in hechtenis stellen in afwachting van het verzoek tot doortocht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel