Naar hoofdinhoud

Artikel II

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verdrag inzake het Open Luchtruim· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2002

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder: „geobserveerde Partij": de Staat-Partij of groep Staten-Partijen boven het grondgebied waarvan een observatievlucht wordt uitgevoerd of voorgenomen, zulks vanaf het tijdstip waarop deze een kennisgeving daarvan heeft ontvangen van een observerende Partij tot aan de voltooiing van de procedures in verband met die vlucht, dan wel personeel dat handelt namens die Staat-Partij of groep Staten-Partijen. „observerende Partij": de Staat-Partij of groep Staten-Partijen die een observatievlucht boven het grondgebied van een andere Staat-Partij of groep Staten-Partijen voorneemt of uitvoert, zulks vanaf het tijdstip waarop deze kennisgeving doet van zijn voornemen een observatievlucht uit te voeren tot aan de voltooiing van de procedures in verband met die vlucht, dan wel personeel dat handelt namens die Staat-Partij of groep Staten-Partijen. „groep Staten-Partijen": twee of meer Staten-Partijen die zijn overeengekomen een groep te vormen voor de toepassing van dit Verdrag. „observatievliegtuig": een onbewapend vastvleugelig vliegtuig, bestemd voor het uitvoeren van observatievluchten, ingeschreven door de desbetreffende autoriteiten van een Staat-Partij en uitgerust met overeengekomen sensoren. Het begrip „onbewapend" betekent dat het observatievliegtuig dat voor de toepassing van dit Verdrag wordt gebruikt, niet is uitgerust voor het vervoer en het gebruik van wapens. „observatievlucht": de vlucht van het observatievliegtuig, uitgevoerd door een observerende Partij boven het grondgebied van een geobserveerde Partij in overeenstemming met het vliegplan, vanaf het punt van binnenkomst of een „open luchtruim"-vliegveld tot aan het punt van vertrek of een „open luchtruim"-vliegveld. „transitvlucht": een vlucht van een observatievliegtuig of transportvliegtuig, uitgevoerd door of namens een observerende Partij boven het grondgebied van een derde Staat-Partij op weg naar of van het grondgebied van de geobserveerde Partij. „transportvliegtuig": een vliegtuig, anders dan een observatievliegtuig, dat namens de observerende Partij vluchten uitvoert naar en van het grondgebied van de geobserveerde Partij, zulks uitsluitend voor de toepassing van dit Verdrag. „grondgebied": het land, met inbegrip van eilanden, binnenwateren en territoriale wateren, waarover een Staat-Partij soevereiniteit uitoefent. „passief quotum": het aantal observatievluchten dat elke Staat-Partij moet dulden als geobserveerde Partij. „actief quotum": het aantal observatievluchten dat elke Staat-Partij mag uitvoeren als observerende Partij. „maximale vliegafstand": de maximale afstand boven het grondgebied van de geobserveerde Partij vanaf het punt waarop de observatievlucht kan aanvangen tot het punt waarop die vlucht kan eindigen, als aangegeven in Bijlage A bij dit Verdrag. „sensor": apparatuur van een categorie als omschreven in artikel IV, eerste lid, die in een observatievliegtuig is aangebracht om te worden gebruikt tijdens het uitvoeren van observatievluchten. „grondresolutie": de kleinste afstand op de grond tussen twee dicht bij elkaar gelegen objecten, waarbij deze nog als afzonderlijke objecten kunnen worden waargenomen. „infrarood-lijnaftasttoestel": een sensor die thermische elektromagnetische straling opvangt en zichtbaar maakt die door objecten vanwege hun eigen temperatuur wordt uitgezonden in het onzichtbare infrarode thermische gedeelte van het optische spectrum, terwijl deze objecten niet kunstmatig zijn belicht. „observatieperiode": een vastgesteld tijdvak in de loop van een observatievlucht gedurende hetwelk een bepaalde in het observatievliegtuig aangebrachte sensor in werking is gesteld. „bemanning": personen uit een Staat-Partij, onder wie tolken, indien de Staat-Partij daartoe besluit, die taken verrichten in verband met het vliegen met of het onderhoud van een observatievliegtuig of een transportvliegtuig. „gezagvoerder": de piloot aan boord van het observatievliegtuig die verantwoordelijk is voor het vliegen met het observatievliegtuig, de uitvoering van het vliegplan en de veiligheid van het observatievliegtuig. „vluchtwaarnemer": een persoon die zich namens de geobserveerde Partij gedurende de observatievlucht aan boord bevindt van een door de observerende Partij ter beschikking gesteld observatievliegtuig en die taken verricht in overeenstemming met Bijlage G bij dit Verdrag. „vluchtvertegenwoordiger": een persoon die zich namens de observerende Partij gedurende de observatievlucht aan boord bevindt van een door de geobserveerde Partij ter beschikking gesteld observatievliegtuig en die taken verricht in overeenstemming met Bijlage G bij dit Verdrag. „vertegenwoordiger": een persoon die is aangewezen door de observerende Partij en die namens de observerende Partij taken verricht in overeenstemming met Bijlage G gedurende een observatievlucht aan boord van een observatievliegtuig dat is aangewezen door een andere Staat-Partij dan de observerende Partij of de geobserveerde Partij. „sensorbediener": een persoon uit een Staat-Partij die taken verricht verband houdende met de werking, de bediening en het onderhoud van de sensoren van een observatievliegtuig. „inspecteur": een persoon uit een Staat-Partij die een inspectie van de sensoren of het observatievliegtuig van een andere Staat-Partij uitvoert. „begeleider": een persoon uit een Staat-Partij die de inspecteurs van een andere Staat-Partij begeleidt. „missieplan": een door de observerende Partij ingediend document, in een door de „Open Luchtruim"-Overlegcommissie vast te stellen vorm, dat de route, het profiel, de volgorde van uitvoering en de ondersteuningsmaatregelen bevat die nodig zijn voor het uitvoeren van de observatievlucht, hetwelk dient te worden overeengekomen met de geobserveerde Partij en dat de basis vormt voor de opstelling van het vliegplan. „vliegplan": een document, opgesteld op basis van het overeengekomen missieplan, in de vorm en met de inhoud als aangegeven door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, hierna te noemen de ICAO, dat wordt ingediend bij de met de luchtverkeersleiding belaste autoriteiten en aan de hand waarvan de observatievlucht zal worden uitgevoerd. „missierapport": een document dat een observatievlucht beschrijft en dat, na beëindiging daarvan, wordt opgesteld door de observerende Partij, in de door de „Open Luchtruim"-Overlegcommissie vast te stellen vorm, en wordt ondertekend door zowel de observerende als de geobserveerde Partij. „"open luchtruim"-vliegveld": een vliegveld dat door de geobserveerde Partij is aangewezen als punt waar een observatievlucht kan aanvangen of eindigen. „punt van binnenkomst": een door de geobserveerde Partij aangewezen punt voor de aankomst van personeel van de observerende Partij op het grondgebied van de geobserveerde Partij. „punt van vertrek": een door de geobserveerde Partij aangewezen punt voor het vertrek van personeel van de observerende Partij van het grondgebied van de geobserveerde Partij. „bijtankvliegveld": een door de geobserveerde Partij aangewezen vliegveld voor het innemen van brandstof door, en het verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan, observatievliegtuigen en transportvliegtuigen. „uitwijkvliegveld": een in het vliegplan vermeld vliegveld waarnaar een observatievliegtuig of een transportvliegtuig kan uitwijken wanneer het niet raadzaam is op het aanvankelijk geplande vliegveld te landen. „gevaarlijke delen van het luchtruim": verboden gebieden, beperkte gebieden en gevaarlijke gebieden, omschreven op basis van Bijlage 2 bij het Verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart, ingesteld in overeenstemming met Bijlage 15 bij het Verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart in het belang van de vliegveiligheid, de openbare veiligheid en de bescherming van het milieu en waarover informatie wordt verstrekt in overeenstemming met de voorschriften van de ICAO. „verboden gebied": een deel van het luchtruim met vastgestelde afmetingen, gelegen boven het grondgebied van een Staat-Partij, waarbinnen het vliegen met luchtvaartuigen verboden is. „beperkt gebied" een deel van het luchtruim met vastgestelde afmetingen, gelegen boven het grondgebied van een Staat-Partij, waarbinnen de luchtvaart met luchtvaartuigen is beperkt volgens bepaalde voorwaarden. „gevaarlijk gebied" een deel van het luchtruim met vastgestelde afmetingen, waarbinnen op bepaalde tijdstippen activiteiten kunnen plaatsvinden die gevaarlijk zijn voor de luchtvaart met luchtvaartuigen.

Rechtspraak bij dit artikel