Naar hoofdinhoud

Artikel III

Quotums

Onderdeel van Verdrag inzake het Open Luchtruim· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2002

1. Elke Staat-Partij is gerechtigd observatievluchten uit te voeren in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag. 2. Elke Staat-Partij is verplicht observatievluchten te dulden boven zijn grondgebied in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag. 3. Elke Staat-Partij is gerechtigd een aantal observatievluchten uit te voeren boven het grondgebied van elke andere Staat-Partij dat gelijk is aan het aantal observatievluchten dat die Staat-Partij mag uitvoeren boven het grondgebied van eerstgenoemde Staat-Partij. 4. Het totale aantal observatievluchten dat elke Staat-Partij boven zijn grondgebied moet dulden, vormt het totale passieve quotum van die Staat-Partij. De toekenning van het totale passieve quotum aan de Staten-Partijen is neergelegd in Afdeling I van Bijlage A bij dit Verdrag. 5. Het aantal observatievluchten dat een Staat-Partij elk jaar mag uitvoeren boven het grondgebied van elk van de andere Staten-Partijen, vormt het individuele actieve quotum van die Staat-Partij ten aanzien van die andere Staat-Partij. De som van de individuele actieve quotums vormt het totale actieve quotum van die Staat-Partij. Het totale actieve quotum van een Staat-Partij mag niet groter zijn dan zijn totale passieve quotum. 6. De eerste verdeling van de actieve quotums is neergelegd in Afdeling II van Bijlage A bij dit Verdrag. 7. Na de inwerkingtreding van dit Verdrag wordt de verdeling van de actieve quotums voor het volgende kalenderjaar onderworpen aan een jaarlijkse toetsing in het kader van de „Open Luchtruim”-Overlegcommissie. Ingeval het tijdens die jaarlijkse toetsing onmogelijk is binnen drie weken overeenstemming te bereiken over de verdeling van de actieve quotums met betrekking tot een bepaalde Staat-Partij, blijft de verdeling van de actieve quotums van het voorgaande jaar met betrekking tot die Staat-Partij ongewijzigd gehandhaafd. 8. Behoudens het in artikel VIII bepaalde wordt elke door een Staat-Partij uitgevoerde observatievlucht in mindering gebracht op het individuele en het totale actieve quotum van die Staat-Partij. 9. Onverminderd de bepalingen van het derde en het vijfde lid van deze Afdeling, kan een Staat-Partij waaraan een actief quotum is toegekend, na overeenstemming met de Staat-Partij boven het grondgebied waarvan zal worden gevlogen, zijn gehele totale actieve quotum, of een gedeelte daarvan, overdragen aan andere Staten-Partijen, waarvan hij onmiddellijk kennisgeving doet aan alle andere Staten-Partijen en aan de „Open Luchtruim”-Overlegcommissie. Het tiende lid van de Afdeling is van toepassing. 10. Een Staat-Partij mag boven het grondgebied van een andere Staat-Partij niet meer observatievluchten uitvoeren dan 50 procent, naar boven afgerond op het eerstvolgende hele getal, van zijn eigen totale actieve quotum of van het totale passieve quotum van die andere Staat-Partij, naar gelang van welk aantal het kleinst is. 11. De maximale vliegafstanden van observatievluchten boven de grondgebieden van de Staten-Partij en zijn neergelegd in Afdeling III van Bijlage A bij dit Verdrag. 1. Onverminderd hun rechten en verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag, kunnen twee of meer Staten-Partijen die quotums bezitten, op het tijdstip van ondertekening en daarna een groep Staten-Partijen vormen. Op een groep Staten-Partijen die na de ondertekening van dit Verdrag is gevormd, zijn de bepalingen van deze Afdeling niet eerder van toepassing dan zes maanden nadat alle andere Staten-Partijen in kennis zijn gesteld, zulks met inachtneming van de bepalingen van het zesde lid van deze Afdeling. Een groep Staten-Partijen werkt met betrekking tot de actieve en passieve quotums samen in overeenstemming met de bepalingen van het tweede of het derde lid van deze Afdeling. 2. De leden van een groep Staten-Partijen hebben het recht hun actieve quotums voor het lopende jaar onderling te herverdelen, met handhaving van hun individuele passieve quotum. Alle betrokken derde Staten-Partijen worden onmiddellijk van de herverdeling in kennis gesteld. Voor een observatievlucht worden evenveel observatievluchten op het individuele en het totale actieve quotum van de observerende Partij in mindering gebracht als er geobserveerde Partijen zijn behorende tot de groep boven het grondgebied waarvan wordt gevlogen. Op het totale passieve quotum van elke geobserveerde Partij wordt daarvoor één observatievlucht in mindering gebracht. Elke Staat-Partij ten aanzien waarvan één of meer leden van een groep Staten-Partijen actieve quotums hebben, heeft het recht boven het grondgebied van elk lid van de groep 50 procent meer observatievluchten, naar boven afgerond op het eerstvolgende hele getal, uit te voeren dan zijn individuele actieve quotum ten aanzien van dat lid van de groep, dan wel twee vluchten, indien hij geen actief quotum bezit ten aanzien van dat lid van de groep. Ingeval hij dit recht uitoefent, vermindert de betrokken Staat-Partij zijn actieve quotums ten aanzien van andere leden van de groep zodanig, dat de totale som van de observatievluchten die hij boven hun grondgebieden uitvoert, niet meer bedraagt dan de som van de individuele actieve quotums welke die Staat-Partij in het lopende jaar bezit ten aanzien van alle leden van de groep. De maximale vliegafstanden van observatievluchten boven het grondgebied van elk lid van de groep zijn van toepassing. Ingeval een observatievlucht wordt uitgevoerd boven verscheidene leden, worden na het afleggen van de maximale vliegafstand boven één lid alle sensoren uitgeschakeld totdat het observatievliegtuig het punt boven het grondgebied van het volgende lid van de groep Staten-Partijen bereikt waar de observatievlucht zou aanvangen. Voor zo'n volgende observatievlucht geldt de maximale vliegafstand ten opzichte van het „open luchtruim”-vliegveld dat het dichtst bij dit punt is gelegen. 3. Een groep Staten-Partijen is gerechtigd zich, op zijn verzoek, een gezamenlijk totaal passief quotum te doen toekennen, waarna de gezamenlijke individuele en totale actieve quotums aan die groep worden toebedeeld. In dit geval is het totale passieve quotum het totale aantal observatievluchten dat de groep Staten-Partijen elk jaar moet dulden. Het totale actieve quotum is de som van het aantal observatievluchten dat de groep Staten-Partijen elk jaar mag uitvoeren. Zijn totale actieve quotum mag niet groter zijn dan zijn totale passieve quotum. Een observatievlucht uit hoofde van het totale actieve quotum van de groep Staten-Partijen wordt uitgevoerd namens de groep. Observatievluchten die een groep Staten-Partijen moet dulden, kunnen worden uitgevoerd boven het grondgebied van één of meer van zijn leden. De maximale vliegafstanden van elke groep Staten-Partijen worden aangegeven overeenkomstig Afdeling III van Bijlage A en „open luchtruim”-vliegvelden worden aangewezen overeenkomstig Bijlage E bij dit Verdrag. 4. In overeenstemming met de algemene beginselen vervat in artikel X, derde lid, kan elke derde Staat-Partij die van oordeel is dat zijn rechten krachtens de bepalingen van Afdeling I, derde lid, van dit artikel op onbehoorlijke wijze zijn beperkt door het optreden van een groep Staten-Partijen, dit probleem voorleggen aan de „Open Luchtruim”-Overlegcommissie. 5. De groep Staten-Partijen ziet erop toe dat er procedures worden ingesteld die het uitvoeren van observatievluchten boven de grondgebieden van zijn leden mogelijk maken tijdens één missie, indien nodig met inbegrip van bijtanken. In het geval van een groep Staten-Partijen die is gevormd overeenkomstig het derde lid van deze Afdeling, mogen die observatievluchten de maximale vliegafstand die geldt voor de „open luchtruim”-vliegvelden waar de observatievluchten aanvangen, niet overschrijden. 6. Ten vroegste zes maanden nadat kennisgeving van de beslissing is gedaan aan alle andere Staten-Partijen: kan een groep Staten-Partijen die is gevormd overeenkomstig de bepalingen van het tweede lid van deze Afdeling worden omgevormd in een groep Staten-Partijen overeenkomstig de bepalingen van het derde lid van deze Afdeling; kan een groep Staten-Partijen die is gevormd overeenkomstig de bepalingen van het derde lid van deze Afdeling worden omgevormd in een groep Staten-Partijen overeenkomstig de bepalingen van het tweede lid van deze Afdeling; kan een Staat-Partij zich terugtrekken uit een groep Staten-Partijen; of kan een groep Staten-Partijen andere Staten-Partijen toelaten die een quotum bezitten. 7. Na de inwerkingtreding van dit Verdrag worden wijzigingen in de toekenning of verdeling van quotums ten gevolge van de vorming van, dan wel toelating tot of terugtrekking uit, een groep Staten-Partijen overeenkomstig het derde lid van deze Afdeling, van kracht op 1 januari na de eerstvolgende jaarlijkse toetsing in het kader van de „Open Luchtruim”-Overlegcommissie die plaatsvindt na de kennisgevingstermijn van zes maanden. Wanneer nodig worden nieuwe „open luchtruim”-vliegvelden aangewezen en worden dienovereenkomstig maximale vliegafstanden vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel