Naar hoofdinhoud

Artikel VII

Transitvluchten

Onderdeel van Verdrag inzake het Open Luchtruim· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2002

1. Transitvluchten, ter toepassing van dit Verdrag uitgevoerd door een observerende Partij naar en van het grondgebied van een geobserveerde Partij, beginnen op het grondgebied van de observerende Partij of een andere Staat-Partij. 2. Elke Staat-Partij laat transitvluchten toe. Deze transitvluchten worden uitgevoerd langs internationaal erkende routes voor luchtverkeersdiensten, tenzij anders is overeengekomen door de betrokken Staten-Partijen, en in overeenstemming met de aanwijzingen van de nationale met de luchtverkeersleiding belaste autoriteiten van elke Staat-Partij door wiens luchtruim wordt gevlogen. De observerende Partij stelt elke Staat-Partij door wiens luchtruim wordt gevlogen in kennis op het zelfde tijdstip als de geobserveerde Partij in overeenstemming met artikel VI. 3. Het gebruik van sensoren aan boord van een observatievliegtuig gedurende transitvluchten is verboden. Ingeval het observatievliegtuig gedurende een transitvlucht op het grondgebied van een Staat-Partij landt, inspecteert die Staat-Partij na de landing en vóór het vertrek de kappen van de sensoraperturen of andere inrichtingen die het gebruik van sensoren verhinderen, teneinde zich ervan te vergewissen dat deze op de juiste wijze zijn aangebracht.

Rechtspraak bij dit artikel