Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:
„vervoerder": een persoon (met inbegrip van een rechtspersoon) die in een der Overeenkomstsluitende Partijen gevestigd is en die overeenkomstig de desbetreffende nationale wetten en voorschriften in het land van vestiging wettig is toegelaten tot de markt voor het internationaal vervoer van goederen of personen over de weg tegen betaling of voor eigen rekening;
„voertuig": een motorvoertuig dat is geregistreerd in een der Overeenkomstsluitende Partijen of een combinatie van voertuigen waarvan ten minste het motorvoertuig is geregistreerd in een Overeenkomstsluitende Partij en dat of die uitsluitend wordt gebruikt en is uitgerust voor het vervoer van goederen of van personen;
„cabotage": het verrichten van vervoersdiensten binnen het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij door een vervoerder die niet in dat land gevestigd is;
„vervoer": het rijden met beladen of onbeladen voertuigen over de weg, ook indien het voertuig, de aanhangwagen of de oplegger voor een deel van de rit gebruik maakt van spoor- of waterwegen.
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Litouwen, de Republiek Estland, de Republiek Letland en het Koninkrijk België inzake vervoer over de weg· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 december 1994