**1.** De Belgische, Luxemburgse of Nederlandse Regering, naargelang de aard van het geval, neemt op verzoek van de Sloveense Regering, de persoon die geen onderdaan is van één der bij deze Overeenkomst Partij zijnde Staten over, indien deze persoon:
in het bezit is van een titel tot verblijf afgegeven door respectievelijk België, Luxemburg of Nederland waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken; of
in het bezit is van een visum afgegeven door België, Luxemburg of Nederland waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken; of
ten hoogste zes maanden vóór de indiening van dit verzoek na een verblijf van tenminste twee weken in België, Luxemburg of Nederland dit land heeft verlaten en de persoon niet of niet meer voldoet aan de op het grondgebied van Slovenië geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf.
**2.** Verzoeken tot overname worden ingediend bij het desbetreffend Ministerie van Justitie van België, Luxemburg of Nederland en worden beantwoord binnen een termijn van ten hoogste veertien dagen na de indiening van het verzoek. Het antwoord wordt schriftelijk verstrekt. Elke weigering wordt met redenen omkleed.
**3.** De Belgische, Luxemburgse of Nederlandse Regering neemt de persoon wiens overname werd aanvaard, zonder formaliteiten, binnen een termijn van ten hoogste één maand over. Deze termijn kan onder opgave van redenen door de Sloveense Regering worden verlengd.
**4.** De verplichting tot overname bestaat niet:
ten aanzien van onderdanen van derde Staten die met Slovenië een gemeenschappelijke grens hebben;
ten aanzien van vreemdelingen die na hun vertrek uit België, Luxemburg of Nederland bij binnenkomst op het grondgebied van Slovenië in het bezit waren van een door Slovenië afgegeven geldig visum of geldige titel tot verblijf of na hun binnenkomst in het bezit zijn gesteld van een visum of een titel tot verblijf;
ten aanzien van vreemdelingen wier verblijfsbeëindiging in België, Luxemburg of Nederland gevolgd werd door een verwijdering naar het land van herkomst of een ander land waar hun toelating gewaarborgd werd.
Artikel 5