Naar hoofdinhoud
1. De Sloveense Regering, enerzijds, en de Belgische, Luxemburgse of Nederlandse Regering, anderzijds, verklaren zich bereid te voldoen aan verzoeken van de Regering van de andere Partij tot doorgeleiding van personen die niet de nationaliteit van één der Partijen bezitten en ten aanzien van wie een administratieve maatregel tot verwijdering wordt toegepast, indien overname door de Staat van bestemming en, in voorkomende gevallen, de doorreis door andere Staten verzekerd is. 2. Doorgeleiding kan worden geweigerd: indien de betrokken persoon bij doorreis door het gebied van de aangezochte Partij, bloot zou staan aan strafvervolging of aan de tenuitvoerlegging van een strafvonnis; of in gevallen waarin grond bestaat voor het vermoeden dat de betrokken persoon in een andere Staat van doorreis of in de Staat van bestemming bloot zou staan aan gevaar van vervolging om politieke redenen, danwel aan strafvervolging of aan de tenuitvoerlegging van een strafvonnis. 3. Een verzoek tot doorgeleiding wordt door de bevoegde diplomatieke vertegenwoordiging van de verzoekende Partij ingediend bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij. Voor België, Luxemburg en Nederland is het Ministerie van Justitie van de aangezochte Partij de bevoegde autoriteit en voor Slovenië is het Ministerie van Binnenlandse Zaken de bevoegde autoriteit. 4. De voor de doorgeleiding overgenomen persoon kan te allen tijde aan de autoriteiten van de verzoekende Partij worden teruggegeven, indien later feiten bekend worden of zich voordoen, die doorgeleiding in de weg staan of indien een andere Staat van doorreis of de Staat van bestemming weigert de betrokkene over te nemen.

Rechtspraak bij dit artikel