De Commissie is bevoegd kennis te nemen van alle vraagstukken die verband houden met de doelstellingen van dit Verdrag, en in het bijzonder:

  • - a. overziet de Commissie, op grond van de door de Partijen in overeenstemming met artikel 20 verstrekte gegevens, de werking van dit Verdrag;
  • - b. kan de Commissie voorstellen en algemene aanbevelingen doen na bestudering van de gegevens die zij van de Partijen ontvangt;
  • - c. kan de Commissie de aandacht van het Comité vragen voor aangelegenheden die van belang kunnen zijn voor de werkzaamheden van het Comité;
  • - d. neemt de Commissie, ten aanzien van aangelegenheden die door het Comité krachtens artikel 22, eerste lid, letter c, aan haar worden voorgelegd, door haar passend geachte maatregelen;
  • - e. kan de Commissie Tabel I en Tabel II wijzigen, overeenkomstig de in artikel 12 vervatte procedures;
  • - f. kan de Commissie de aandacht van niet-Partijen vestigen op besluiten en aanbevelingen die zij krachtens dit Verdrag aanneemt, opdat deze overwegen overeenkomstige maatregelen te nemen.