Naar hoofdinhoud
1. Geschillen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst worden zoveel mogelijk langs diplomatieke weg beslecht. 2. Indien het geschil niet binnen zes maanden op deze wijze kan worden beslecht, wordt het op verzoek van een van de Overeenkomstsluitende Partijen voorgelegd aan een scheidsgerecht. 3. Het scheidsgerecht zal als volgt worden samengesteld: elke Overeenkomstsluitende Partij benoemt een scheidsman en deze twee scheidsmannen kiezen te zamen een onderdaan van een derde Staat tot voorzitter, De scheidsmannen worden benoemd binnen drie maanden en de voorzitter binnen vijf maanden vanaf de datum waarop de ene Overeenkomstsluitende Partij de andere Overeenkomstsluitende Partij heeft medegedeeld dat zij voornemens is het geschil aan een scheidsgerecht voor te leggen. 4. Indien een van de Overeenkomstsluitende Partijen nalaat haar scheidsman te benoemen en hiertoe niet is overgegaan binnen de voorgeschreven termijn, kan de andere Overeenkomstsluitende Partij de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten. Indien de beide scheidsmannen binnen de voorgeschreven termijn niet tot overeenstemming kunnen geraken over de keuze van de derde scheidsman, kan een van de Overeenkomstsluitende Partijen de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten. 5. Indien in de in het vierde lid bedoelde gevallen de President van het Internationale Gerechtshof verhinderd is genoemde functie uit te oefenen, of onderdaan is van een van de Overeenkomstsluitende Partijen, wordt de Vice-President verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de Vice-President verhinderd is genoemde functie te vervullen, of onderdaan is van een van de Overeenkomstsluitende Partijen, wordt het lid van het Gerechtshof dat het hoogst in anciënniteit is, beschikbaar is en geen onderdaan is van een der Overeenkomstsluitende Partijen, verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten. 6. Het scheidsgerecht beslist op basis van eerbiediging van het recht, met inbegrip van met name deze Overeenkomst en andere relevante overeenkomsten die tussen de beide Overeenkomstsluitende Partijen bestaan en de algemeen erkende regels en beginselen van internationaal recht. Alvorens uitspraak te doen kan het scheidsgerecht in elke stand van het geding een minnelijke schikking van het geschil aan de Overeenkomstsluitende Partijen voorstellen. De voorgaande bepalingen doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van het scheidsgerecht in het geschil een uitspraak ex aequo et bono te doen, indien de Overeenkomstsluitende Partijen daarmede instemmen. 7. Tenzij de Overeenkomstsluitende Partijen anders beslissen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedureregels vast. 8. Het scheidsgerecht doet zijn uitspraak bij meerderheid van stemmen. Deze uitspraak is onherroepelijk en bindend voor de Overeenkomstsluitende Partijen. 9. Elke Overeenkomstsluitende Partij draagt de kosten van de door haar benoemde scheidsman en van haar vertegenwoordiging. De kosten van de voorzitter alsmede de andere kosten worden in gelijke delen door de Overeenkomstsluitende Partijen gedragen.

Rechtspraak bij dit artikel