**1.** Bij de uitvoering en het beheer van deze Overeenkomst houden de Partijen, door toepassing van de bepalingen van dit artikel, naar behoren rekening met de behoeften van de ontwikkelingslanden, in het bijzonder van de minstontwikkelde landen, op het gebied van ontwikkeling, financiën en handel, met inachtneming van de noodzaak:
hun betalingsbalanspositie te beschermen en te zorgen voor voldoende reserves voor de uitvoering van economische ontwikkelingsprogramma's;
de oprichting of ontwikkeling van eigen nationale industriebedrijven te bevorderen, met inbegrip van de ontwikkeling van kleinschalige en ambachtelijke industrieën in plattelands- of achtergebleven gebieden, alsmede de economische ontwikkeling van andere sectoren van de economie;
industriebedrijven te ondersteunen zolang deze geheel of in wezenlijke mate afhankelijk zijn van overheidsopdrachten;
hun economische ontwikkeling aan te moedigen door middel van regionale of mondiale regelingen tussen ontwikkelingslanden welke zijn voorgelegd aan de Ministeriële Conferentie van de Wereldhandelsorganisatie („World Trade Organization”, hierna „WTO” genoemd) en door deze niet zijn afgekeurd.
**2.** Overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst vergemakkelijkt elk van de Partijen bij de uitwerking en toepassing van wetten, verordeningen of procedures inzake overheidsopdrachten de toeneming van de invoer uit de ontwikkelingslanden, waarbij zij rekening houdt met de bijzondere problemen van de minstontwikkelde landen en de landen waarin de economische ontwikkeling in het beginstadium verkeert.
**3.** Ten einde te waarborgen dat de ontwikkelingslanden tot deze Overeenkomst kunnen toetreden op voorwaarden die in overeenstemming zijn met hun behoeften op het gebied van ontwikkeling, financiën en handel, wordt bij de onderhandelingen betreffende de opdrachten van de ontwikkelingslanden waarop de bepalingen van deze Overeenkomst van toepassing zijn, naar behoren rekening gehouden met de in lid 1 genoemde doelstellingen. Wanneer de ontwikkelde landen op grond van de bepalingen van deze Overeenkomst hun lijsten opstellen van alles wat binnen de werkingssfeer ervan valt, trachten zij op die lijsten instanties te plaatsen die produkten en diensten aanschaffen waarvan de uitvoer voor de ontwikkelingslanden van belang is.
**4.** Een ontwikkelingsland kan met de andere deelnemers in onderhandelingen die op grond van deze Overeenkomst worden gevoerd, wederzijds aanvaardbare uitzonderingen op de regels inzake eigen-onderdaanbehandeling vaststellen met betrekking tot bepaalde instanties of bepaalde produkten of diensten die op zijn lijsten zijn opgenomen, zulks op grond van de bijzondere omstandigheden van elk geval. Tijdens die onderhandelingen wordt naar behoren rekening gehouden met de in lid 1, onder a. tot en met c., weergegeven overwegingen. Een ontwikkelingsland dat deelneemt aan de in lid 1, onder d., bedoelde regionale of mondiale regelingen kan eveneens uitzonderingen op zijn lijsten bedingen op grond van de bijzondere omstandigheden van elk geval, onder andere met inachtneming van de bepalingen inzake overheidsopdrachten welke zijn opgenomen in de betrokken regionale of mondiale regelingen, en inzonderheid rekening houdend met de produkten of diensten die onder gemeenschappelijke industriële ontwikkelingsprogramma's vallen.
**5.** Na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst kan een ontwikkelingsland dat daarbij Partij is zijn lijsten wijzigen in overeenstemming met de bepalingen van artikel XXIV, lid 6, betreffende de wijziging van deze lijsten, zulks op grond van hun behoeften op het gebied van ontwikkeling, financiën en handel; dan wel kunnen zij het Comité voor overheidsopdrachten (hierna te noemen „het Comité”) verzoeken uitzonderingen op de regels inzake eigen-onderdaanbehandeling toe te staan met betrekking tot bepaalde instanties of bepaalde produkten of diensten die op hun lijsten zijn opgenomen, zulks op grond van de bijzondere omstandigheden van elk geval en naar behoren rekening houdend met de bepalingen van lid 1, onder a. tot en met c.. Na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst kan een ontwikkelingsland dat daarbij Partij is het Comité eveneens verzoeken uitzonderingen toe te staan voor wat betreft bepaalde instanties of bepaalde produkten of diensten die op hun lijsten zijn opgenomen, zulks wegens zijn deelneming aan regionale of mondiale regelingen tussen ontwikkelingslanden, op basis van de bijzondere omstandigheden van elk geval en naar behoren rekening houdend met de bepalingen van lid 1, onder d.. Ieder verzoek dat een ontwikkelingsland dat Partij is bij deze Overeenkomst met betrekking tot de wijziging van een lijst tot het Comité richt, gaat vergezeld van documentatie ter zake en van alle inlichtingen die voor de behandeling ervan noodzakelijk kunnen zijn.
**6.** De bepalingen van de leden 4 en 5 zijnmutatis mutandis van toepassing op de ontwikkelingslanden die tot de Overeenkomst toetreden na de inwerkingtreding ervan. mutatis mutandis van toepassing op de ontwikkelingslanden die tot de Overeenkomst toetreden na de inwerkingtreding ervan.
**7.** De in de leden 4, 5 en 6 bedoelde overeengekomen uitzonderingen worden onderzocht overeenkomstig de bepalingen van lid 14.
**8.** Elk ontwikkeld land dat Partij is bij de Overeenkomst verleent op verzoek aan de ontwikkelingslanden die Partij zijn bij de Overeenkomst alle technische bijstand die het passend acht, ten einde voor de problemen van die landen op het gebied van overheidsopdrachten een oplossing te vinden.
**9.** Deze bijstand, die wordt verleend op basis van non-discriminatie tussen de ontwikkelingslanden die Partij zijn bij deze Overeenkomst, heeft onder andere betrekking op:
de oplossing van bijzondere technische problemen met betrekking tot het plaatsen van een bepaalde opdracht;
alle andere problemen die de Partij die hierom verzoekt en een andere Partij overeenkomen in het kader van deze bijstand te behandelen.
**10.** De in de leden 8 en 9 bedoelde technische bijstand bestaat onder meer in de vertaling van erkenningsstukken en offertes van leveranciers uit ontwikkelingslanden die Partij zijn bij de Overeenkomst, in een door de instantie opgegeven officiële taal van de WTO, tenzij het ontwikkelde land dat Partij is bij de Overeenkomst de vertaling bezwarend vindt, in welk geval aan de betrokken ontwikkelingslanden op hun verzoek uitleg wordt gegeven, gericht aan ofwel de landen zelf, ofwel hun instanties.
**11.** De ontwikkelde landen die Partij zijn bij de Overeenkomst richten individueel of gemeenschappelijk informatiecentra op voor de beantwoording van redelijke verzoeken om informatie van ontwikkelingslanden die Partij zijn bij de Overeenkomst met betrekking tot, onder andere, wetten, verordeningen, procedures en praktijken betreffende overheidsopdrachten, gepubliceerde aankondigingen van voorgenomen aanbestedingen, adressen van de onder deze Overeenkomst vallende instanties, en de aard en de hoeveelheid van aangeschafte of aan te schaffen produkten of diensten, met inbegrip van beschikbare informatie over toekomstige aanbestedingen. Het Comité kan eveneens een informatiecentrum oprichten.
**12.** Gezien punt 6 van het Besluit van 28 november 1979 inzake gedifferentieerde en gunstiger behandeling, wederkerigheid en ruimere participatie van de ontwikkelingslanden, genomen door de Verdragsluitende Partijen bij de GATT-Overeenkomst van 1947 (BISD 26S/203-205) wordt een bijzondere behandeling toegekend aan de minstontwikkelde landen die Partij zijn bij deze Overeenkomst en aan de leveranciers van deze landen ten aanzien van produkten of diensten van oorsprong uit deze landen, in het kader van alle algemene of bijzondere maatregelen ten behoeve van de ontwikkelingslanden die Partij zijn bij deze Overeenkomst. Een Partij kan de Overeenkomst eveneens laten gelden voor leveranciers in minstontwikkelde landen die geen Partij zijn bij de Overeenkomst voor wat betreft produkten of diensten van oorsprong uit die landen.
**13.** Elk ontwikkeld land dat Partij is bij de Overeenkomst verleent op verzoek aan potentiële inschrijvers in de minstontwikkelde landen de bijstand die het passend acht bij de indiening van hun offertes en bij de keuze van de produkten of diensten welke voor de instanties van het ontwikkelde land alsook voor de leveranciers in de minstontwikkelde landen van belang kunnen zijn en verleent deze eveneens bijstand bij het nakomen van de technische voorschriften en normen met betrekking tot de produkten of diensten waarop de voorgenomen aanbesteding betrekking heeft.
**14.** Het Comité toetst ieder jaar de toepassing en de doeltreffendheid van dit artikel en voert om de drie jaar op basis van door de Partijen in te dienen verslagen een grondige toetsing uit van de werking ervan, ten einde de resultaten te evalueren. In het kader van de driejaarlijkse evaluaties en ten einde een zo ruim mogelijke tenuitvoerlegging van de bepalingen van deze Overeenkomst te bereiken, met name met inbegrip van artikel III, en rekening houdend met de situatie van de betrokken ontwikkelingslanden op het gebied van ontwikkeling, financiën en handel, gaat het Comité na of de uitzonderingen die in overeenstemming met de bepalingen van de leden 4 tot en met 6 van dit artikel zijn verleend moeten worden gewijzigd of verlengd.
**15.** In de loop van de verdere onderhandelingsronden in overeenstemming met de bepalingen van artikel XXIV, lid 7, overweegt elk ontwikkelingsland dat Partij is bij deze Overeenkomst de mogelijkheid zijn lijsten uit te breiden op basis van zijn economische, financiële en handelssituatie.
Artikel V
Bijzondere en aan de omstandigheden aangepaste behandeling van de ontwikkelingslanden
Onderdeel van Overeenkomst inzake overheidsopdrachten· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 25 oktober 1996