Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
„cinematografisch werk”: een werk, ongeacht lengte of medium, in het bijzonder fictie-films, animatiefilms en documentaires, die voldoen aan de bepalingen die van kracht zijn voor de betreffende filmindustrie in elk der betrokken Partijen en die zijn bestemd voor bioscoopvertoning;
„coproducenten”: filmproduktie-ondernemingen of producenten die zijn gevestigd in de Partijen bij dit Verdrag en die zijn gebonden door een coproduktiecontract;
„Europees cinematografisch werk”: een cinematografisch werk dat voldoet aan de voorwaarden gesteld in Bijlage II, die een integrerend deel van dit Verdrag vormt;
„multilaterale coproduktie”: een cinematografisch werk geproduceerd door ten minste drie coproducenten als omschreven in artikel 2, tweede lid.
HOOFDSTUK I
Artikel 3
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Europees Verdrag inzake cinematografische coproduktie· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 1995