Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 5

Voorwaarden voor het verkrijgen van coproduktiestatus

Onderdeel van Europees Verdrag inzake cinematografische coproduktie· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 1995

1. Elke cinematografische coproduktie dient te worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de Partijen waarin de coproducenten zijn gevestigd, na overleg tussen de bevoegde autoriteiten en in overeenstemming met de procedures vervat in Bijlage I. Deze Bijlage vormt een integrerend deel van dit Verdrag. 2. Aanvragen voor het verkrijgen van coproduktiestatus dienen ter goedkeuring bij de bevoegde autoriteiten te worden ingediend overeenkomstig de aanvraagprocedure vervat in Bijlage I. Deze goedkeuring is onherroepelijk, behalve in geval van niet-inachtneming van de aanvankelijk aangegane verplichtingen op artistiek, financieel en technisch gebied. 3. Aan projecten van duidelijk pornografische aard of projecten waarin geweld wordt verheerlijkt of waarin de menselijke waardigheid openlijk wordt aangetast, kan de coproduktiestatus niet worden verleend. 4. De voordelen van het verlenen van coproduktiestatus worden toegekend aan coproducenten die worden geacht te beschikken over een goede technische en financiële organisatie en voldoende vakbekwaamheid. 5. Elke Verdragsluitende Staat wijst de in het tweede lid genoemde bevoegde autoriteiten aan door middel van een verklaring, afgelegd bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding. Deze verklaring kan daarna te allen tijde worden gewijzigd.

Rechtspraak bij dit artikel