Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 6

Verhouding tussen de inbrengen van de coproducenten

Onderdeel van Europees Verdrag inzake cinematografische coproduktie· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 1995

1. In het geval van een multilaterale coproduktie mag de kleinste inbreng niet minder dan 10% en de grootste inbreng niet meer dan 70% bedragen van de totale produktiekosten van een cinematografisch werk. Wanneer de kleinste inbreng minder dan 20% bedraagt, kan de betrokken Partij stappen ondernemen om de toegang tot nationale steunmaatregelen voor produkties te beperken of te blokkeren. 2. Wanneer dit Verdrag ingevolge de bepalingen van artikel 2, vierde lid, tussen twee Partijen als bilateraal verdrag geldt, mag de kleinste inbreng niet minder dan 20% en de grootste inbreng niet meer dan 80% bedragen van de totale produktiekosten van het cinematografisch werk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel