**1.** De autoriteiten van een krijgsmacht dienen bij de Bondsminister van Defensie, met afschriften aan de desbetreffende Military District Commands voor de coördinering qua plaats en tijd, uiterlijk 1 april van elk kalenderjaar hun jaarprogramma's voor manoeuvres en andere oefeningen voor het volgende kalenderjaar in, waaraan eenheden deelnemen met een sterkte van ten minste een brigade in geval van tactische oefeningen met troepen, of van meer dan 1500 manschappen in geval van tactische oefeningen zonder troepen. Er dient naar te worden gestreefd in de jaarprogramma's manoeuvres en andere oefeningen op te nemen van eenheden met een sterkte van ten minste een bataljon/regiment in geval van tactische oefeningen met troepen, of van ten hoogste 1500 manschappen in geval van tactische oefeningen zonder troepen. De in te dienen programma's moeten de volgende informatie bevatten:
het soort oefening,
bij benadering het aantal deelnemende manschappen,
bij benadering het aantal deelnemende wiel- of rupsvoertuigen en luchtvaartuigen, en in het bijzonder het aantal gevechtstanks,
het gewenste oefengebied,
de gewenste oefenperiode.
**2.** De in het eerste lid van dit artikel genoemde datum (1 april van elk jaar) wordt opnieuw getoetst zodra voldoende ervaring is opgedaan.
DEEL I
Artikel 1
Artikel 1
Deze tekst geldt sinds 29 maart 1998